311. RARAWON II.

Een pond rundvleesch, 4 kemiries, 1 theelepel trassie, een halve

vingerlengte laos (gepoft), een stuk gebrande asem, 10 fijngesneden

uitjes, 2 sioongs bawang-poetih, 2 salam-bladeren, twee vingerlengten

seréh, 2 djeroek-poeroet-bladeren, zout, water, boter of klapperolie.

Bereiding:

Het vleesch snijdt men in kleine stukjes en kookt dit in water en

zout gaar. Vervolgens stampt men de specerijen, behalve de seréh

en de bladeren, fijn, braadt deze op in boter of olie, doet er het

vleesch bij en daarna den bouillon er van, met de seréh, de bladeren en

't zout. Laat alles samen koken, tot het vleesch gaar is.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 335 / 1109 题