312. RARAWON III.

1 1/2 pond vleesch, 2 salam-bladeren, 2 stukken seréh, elk van een

vingerlengte, een stuk (vingerlengte) gepofte koenjit, 5 schijfjes

djahé, een fijngesneden lombok, 2 lepels fijngesneden uien, 1 theelepel

trassie, 3 lepels asem-water, de bouillon van het vleesch, zout, boter.

Bereiding:

Men snijdt het vleesch aan kleine stukjes en kookt dit met de seréh en

salam-bladeren, in water, gaar. Vervolgens stampt men de kruiden fijn,

fruit ze op in boter, doet er het asem-water bij, daarna het vleesch

en eindelijk den bouillon. Laat dit koken tot het bijna droog wordt.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 336 / 1109 题