Een pond vleesch, 4 keloewèk-pitten, 1 theelepel trassie, 5
schijfjes laos, 2 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs fijngesneden
bawang-poetih, santen van 1/4 klapper, water, zout, 2 theelepels,
boter of klapperolie.
Bereiding:
Het vleesch wordt even in water en zout gaar gekookt. De kruiden
worden, met uitzondering van de keloewèk-pitten en de trassie, samen
fijngestampt. Vervolgens haalt men de keloewèk-pitten uit, maakt ze
fijn, doet er de trassie bij en mengt dit met de santen aan. Hierna
braadt men de gestampte kruiden, en, als ze half gaar zijn, doet men
er het vleesch bij met de aangemaakte keloewèk-pitten, braadt dit
nog eens samen op en voegt er den bouillon bij Men laat dit koken
tot het bijna droog wordt