310. RARAWON OF BRòNGKòS I.

Een pond vleesch, 4 keloewèk-pitten, 1 theelepel trassie, 5

schijfjes laos, 2 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs fijngesneden

bawang-poetih, santen van 1/4 klapper, water, zout, 2 theelepels,

boter of klapperolie.

Bereiding:

Het vleesch wordt even in water en zout gaar gekookt. De kruiden

worden, met uitzondering van de keloewèk-pitten en de trassie, samen

fijngestampt. Vervolgens haalt men de keloewèk-pitten uit, maakt ze

fijn, doet er de trassie bij en mengt dit met de santen aan. Hierna

braadt men de gestampte kruiden, en, als ze half gaar zijn, doet men

er het vleesch bij met de aangemaakte keloewèk-pitten, braadt dit

nog eens samen op en voegt er den bouillon bij Men laat dit koken

tot het bijna droog wordt

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 334 / 1109 题