309. RAGOÛT VAN VLEESCH.

(Andere bereiding.)

Een pond soepvleesch, 3 lepels meel, zout, peper en notemuskaat

naar smaak, 1 blikje champignons, 1 fleschje truffels, morilles of

kappertjes, kleine augurkjes, gebraden kleine frikadelletjes, een

bordje vol, 1 blikje ragoûtsaucijsjes, bouillon, boter.

Bereiding:

Van het soepvleesch kookt men goeden bouillon; daarna snijdt men het

vleesch aan stukjes, roert den bouillon zachtjes aan door het meel,

zoo dat dit niet klontert, doet er twee lepels boter bij met peper,

zout en notemuskaat naar smaak. De stukjes vleesch worden dan hierin

gedaan, met de saucijsjes, frikadelletjes, de fijngesneden augurkjes,

de champignons, de truffels en morilles, en dit alles samen opgekookt,

tot het dik wordt.

Men kan ook, in plaats van champignons, koeping-tikoes, laksa en

sedap-malam nemen; dan wordt er ketjap en djeroeksap bij gevoegd.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 333 / 1109 题