Een pond overgeschoten koud vleesch van den vorigen dag, 2 theelepels
zout, 1 theelepel peper, 1/2 theelepel kruidnagelgruis, 2 koppen
bouillon, 2 lepels vol kappertjes, 1 eetlepel suiker, 1 wijnglas madéra
of rijnwijn, 2 lepels fijngesneden augurkjes, 3 lepels fijngesneden
uien, beschuitkruim of meel, boter.
Bereiding:
Het koude vleesch wordt aan stukjes gesneden. Vervolgens doet men in
een pan: eenige lepels boter, de fijngesneden uien met de specerijen
en het vleesch. Laat dit samen braden, tot de uien bijna gaar zijn;
allengs doet men er, daarna, de madéra of rijnwijn bij, met de
kappertjes, de augurkjes en de suiker. Stoof dit samen op en voeg
er nu en dan wat bouillon bij. De saus wordt met beschuitkruim of
meel gebonden.