1/2 pond varkensvleesch, 1/2 pond rookspek, 1 pond varkenslever, de
borst van 1 kapoen of van 2 vette kippen, 5 sneedjes geweekt brood,
4 eierdooiers, 1/2 theelepel peper, 1 notemuskaat, 10 kruidnagels,
2 theelepels zout, het tot schuim geklopte wit van de 4 eieren, boter.
Bereiding:
Het varkensvleesch en de kippenborsten worden fijngehakt, het
rookspek en de lever aan zéér kleine dobbelsteentjes gesneden. Het
geweekte witte brood doet men door al dit vleesch met de fijngestampte
specerijen en de vier eierdooiers; het laatste doet men er het geslagen
eiwit doorheen. Nu neemt men een vorm, die met boter en beschuitkruim
is bestreken, doet er het gehakt in en kookt dit, als broodpudding
in den vorm, in een pan met water, gedurende zes uren. Als het water
verdampt, warm water er bij te voegen.
Nog warm stort men het uit den vorm en laat het bekoelen.