260. FRIKADEL VOOR OP DE BOTERHAM.

1/2 pond varkensvleesch, 1/2 pond rookspek, 1 pond varkenslever, de

borst van 1 kapoen of van 2 vette kippen, 5 sneedjes geweekt brood,

4 eierdooiers, 1/2 theelepel peper, 1 notemuskaat, 10 kruidnagels,

2 theelepels zout, het tot schuim geklopte wit van de 4 eieren, boter.

Bereiding:

Het varkensvleesch en de kippenborsten worden fijngehakt, het

rookspek en de lever aan zéér kleine dobbelsteentjes gesneden. Het

geweekte witte brood doet men door al dit vleesch met de fijngestampte

specerijen en de vier eierdooiers; het laatste doet men er het geslagen

eiwit doorheen. Nu neemt men een vorm, die met boter en beschuitkruim

is bestreken, doet er het gehakt in en kookt dit, als broodpudding

in den vorm, in een pan met water, gedurende zes uren. Als het water

verdampt, warm water er bij te voegen.

Nog warm stort men het uit den vorm en laat het bekoelen.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 283 / 1109 题