Een à twee ons kalfs- of malsch jong rundvleesch, 2 theelepels
fijngesneden seréh, 3 schijfjes djahé, 2 theelepels ketoembar,
1 theelepel djienten, 1 theelepel zout, 4 à 5 roode uitjes, 2 à 3
sioongs bawang-poetih, 1 eetlepel fijngesneden prij, 3/4 eetlepel
fijngesneden pieterselie, 2 eierdooiers, djeroek-water en peper naar
smaak, geslagen wit van de beide eieren, 15 groote gave lomboks,
waarvan de pitten zijn uitgehaald, boter of klapperolie.
Bereiding:
Het vleesch wordt gehakt, de kruiden, behalve prij en pieterselie,
worden fijngestampt en met de twee eierdooiers, de prij en de
pieterselie door het gehakt gemengd. De lomboks worden met dit gehakt
gevuld en met een veertje het eiwit er overheen gestreken. Bak ze,
in heete boter of olie, aan beide kanten, bruin.