258. EMPAL DAGING.

Een pond vleesch in vierkante stukken, ter dikte van een vinger,

gesneden, water ter hoeveelheid van een wijnflesch, 1 lepel asem,

zonder pitten, 2 lepels zout, een kwart vingerlengte gestampte laos,

boter of klapperolie.

Bereiding:

Het vleesch wordt met de kruiden in het water gekookt, tot dit bijna

geheel verdampt is. Men laat dit eenige uren, met het restje nat,

koud worden. Daarna braadt men het bruin in kokende boter of olie. De

empal wordt warm op tafel gebracht.

Men kan dit gerecht ook van overgeschoten vleesch maken, dat dan

eveneens aan vierkante stukjes gesneden wordt.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 281 / 1109 题