232. KAPOEN MET WITTE RAGOÛTSAUS.

Een kapoen, 1 pond varkensgehakt, zout, peper, kruidnagels en

notemuskaat naar smaak, 3 sneedjes in melk geweekt brood, en 2 eieren

(van dit alles gehakt gemaakt).

Voor de ragoûtsaus: bouillon, 1/2 pond ragoûtsaucijsjes, 1 fleschje

morilles, 1 blikje champignons, 1/2 blikje zwezerikken, 1/2 pond

frikadelletjes van kippenvleesch, 10 eierdooiers, sap van één

djeroek-nipis, 1 theelepel geraspte notemuskaat, boter.

Bereiding:

De kapoen wordt, na te zijn schoongemaakt, met het gehakt en de

fijngesneden hart en lever gevuld, daarna dichtgenaaid, in bouillon

gaar gekookt en met de volgende ragoûtsaus voorgediend.

De tien eierdooiers klutst men en doet er bouillon bij; de

frikadelletjes en de saucijsjes worden nu gaar gekookt en met de

morilles, champignons, zwezerikken enz. in den bouillon gedaan; dit

samen opgekookt tot alles dik wordt en daarna vlug de notemuskaat en

het djeroek-sap er door heen gedaan.

Nu wordt de gare kapoen op een grooten schotel geplaatst, de

frikadelletjes, saucijsjes en zwezerikken er netjes om heen gerangeerd

en de saus over dit alles heen gegoten.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 254 / 1109 题