Een vette kip, 1/2 pond bloem, 1 ei, 1 theelepel zout, eenige
geklutste eierdooiers, 2 lepels boter. Voor het vulsel: 2 lepels
fijngesneden uien, 1 lepel fijngehakte pieterselie, het vleesch van
een kippeborst fijngehakt, het sap van één djeroek, zout, peper en
notemuskaat naar smaak.
Bereiding:
Eerst kneedt men van het meel, het zout, het ei, wat lauw water en
boter een deeg, dat lenig genoeg is om verwerkt te worden; daarna
rolt men dit deeg uit op de deegplank en snijdt of steekt er ronde
of vierkante plakjes van, die men van het volgende vulsel voorziet
en daarna in den vorm van halve maantjes dichtvouwt.
Wanneer men ze gaat bakken, bestrijkt men deze halve maantjes met
het geslagen geel van twee eieren en bakt ze in den bakoven, met van
onder en boven vuur, bruingeel. Men kan ze ook in kokend heete boter
en slaolie lichtbruin bakken.
Vulsel: het vleesch van de kip- of van de kippenborst wordt met de
kruiden voor het vulsel gebraden, in een à twee lepels boter. Hierna
perst men er citroensap op en vult er de plakjes deeg mede op.