189. KIPPENLAPJES.

Een kip, peper, zout en notemuskaat, van elk 1 theelepel, of meer, naar

smaak, 1/4 kopje ketjap, 1/4 kopje azijn, 1 à 2 lepels djeroek-water,

3 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs fijngesneden bawang-poetih,

1 lepel ketoembar, 1/2 lepel djienten, een kwart vingerlengte

fijngesneden koenjit, twee groote koppen bouillon, boter.

Bereiding:

De kip wordt in stukken gesneden en de beenderen in die stukken

vermorzeld; daarna wordt alles met peper, zout en notemuskaat

ingewreven en de stukken in boter bruin gebraden.

De kruiden worden bij elkander fijngestampt, in boter gebraden

en de stukken kip er bij gedaan. Hierbij voegt men de ketjap, den

bouillon en het djeroek-water; laat ze zoo gaar stoven en bind alles

met beschuitkruim.

De lapjes kan men ook droog met de kruiden braden; dan doet men er

geen water of bouillon bij, maar alleen ketjap en djeroek-water.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 210 / 1109 题