van gendaria of mangga asin.
2 à 3 kopjes fijngesneden gendaria of mangga asin, 2 kopjes fijne
mosterd (poeder), 1 kopje gesneden djahé, 1 kopje fijngesneden
bawang-poetih, 1 kopje fijngesneden gedroogde lombok (geen versche),
1 kopje rozijnen zonder pitten, 2 kopjes azijn, zout naar smaak.
Bereiding:
De djahé, mosterd, bawang-poetih, lombok en het zout worden met
elkander fijngestampt. De mangga asin wordt eerst gekookt dan gezeefd
en de gendaria asin wordt alleen gezeefd, beiden worden daarna
fijngewreven en met den azijn en de bovengenoemde fijngestampte
kruiden en de rozijnen tot een papje gaar gekookt.
Deze sambel-gorèng kan men lang bewaren en bij wijze van zoet-zuur
(zooals de "Chutney" bij de Engelschen) bij de rijsttafel presenteeren.