127. PÈTJÈL AJAM.

Een kip, 2 lepels gesneden uien, 3 sioongs bawang-poetih, 5 gepofte

kemiries, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 5 schijfjes

kentjoor, (naar verkiezing 1 theelepel fijngesneden seréh), santen

en djeroek-water. Kemangie-blaadjes.

Bereiding:

De kip wordt geroosterd en, als ze gaar is, het vleesch er afgenomen

en aan reepen gescheurd. Dit vleesch op een schaaltje doen.

Nu stampt men de kruiden fijn, leng ze aan met de santen, warm dit,

onder aanhoudend roeren, even op, voeg er het djeroek-water bij en

giet vervolgens dit papje over het kippenvleesch; men versiert dit

gerecht met kemangie-blaadjes.

Men kan deze aldus bereide kruiden ook over gekookte groenten doen,

dan heet het gerecht: "pètjèl-sajoran" of "gado-gado." (zie hierachter:

"djanganan", No. 131).

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 145 / 1109 题