Een kip, 2 lepels gesneden uien, 3 sioongs bawang-poetih, 5 gepofte
kemiries, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 5 schijfjes
kentjoor, (naar verkiezing 1 theelepel fijngesneden seréh), santen
en djeroek-water. Kemangie-blaadjes.
Bereiding:
De kip wordt geroosterd en, als ze gaar is, het vleesch er afgenomen
en aan reepen gescheurd. Dit vleesch op een schaaltje doen.
Nu stampt men de kruiden fijn, leng ze aan met de santen, warm dit,
onder aanhoudend roeren, even op, voeg er het djeroek-water bij en
giet vervolgens dit papje over het kippenvleesch; men versiert dit
gerecht met kemangie-blaadjes.
Men kan deze aldus bereide kruiden ook over gekookte groenten doen,
dan heet het gerecht: "pètjèl-sajoran" of "gado-gado." (zie hierachter:
"djanganan", No. 131).