Een bord vol fijngesneden uien, 10 fijngesneden lomboks, 1 lepel
trassie-water, zout, boter of klapperolie.
Bereiding:
Men begint met de boter of de olie op te zetten; begint de boter te
braden, dan doet men er de uien en de lomboks in en roert dit tot
de uien bijna gaar zijn. Daarna doet men er het trassie-water in en
laat dit verder, gedekt, gaar smoren. Zijn de uien gaar, dan is het
gerecht voor het gebruik geschikt.
Men kan dit gerecht lang bewaren. De soldaten nemen ze wel eens,
als toespijs, op marsch mede.