Een halve geraspte klapper, droog gebraden (geel bruin), 1
theelepel gebrande trassie, 1 lepel ketoembar, 4 schijfjes laos,
4 djeroek-poeroet-bladeren, 1/2 lepel zout.
Bereiding:
De kruiden stampt men met elkander fijn, braadt ze even droog op met
den gebakken klapper. Men kan dit gerecht, als het koud geworden is,
tot poeder fijnstampen.