114. SAMBEL PETÉE.

2 of meer lomboks. 1 kopje vol petée-boonen, 3 lepels fijngesneden

uien, een kopje vol gepelde rauwe garnalen, (dit naar verkiezing),

1 eetlepel trassie-water, 1 eetlepel asem- of djeroek-water, 1 kopje

santen, zout naar smaak, boter of klapperolie.

Bereiding:

De petée-boonen snijdt men fijn en kan men, naar keuze, eerst

afkoken. (Sommigen koken de rauwe petée pas in de sambel). De kruiden

worden, met uitzondering van één lombok, fijngestampt en in boter

gebraden. Nu wordt de andere lombok heel fijn gesneden en met het

trassie- en asem-water door de gebraden kruiden vermengd. Laat

dit samen even doorkoken en voeg daarna de petée-boonen (c.q. en

de garnalen) er bij, en eindelijk de djeroek-poeroet-bladeren met

de santen.

Alles verder gaar koken, tot de olie er uitkomt.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 132 / 1109 题