10 roode lomboks, 6 sioongs bawang-poetih, 1 lepel fijngesneden laos, 1
lepel fijngesneden seréh, 2 theelepels trassie, 30 fijngesneden kleine
uitjes, 2 lepels asem-water, santen van 1/2 klapper, 2 theelepels zout,
boter of klapperolie.
Bereiding:
De lomboks worden eerst van de pitten ontdaan en met het zout
fijngestampt. Vervolgens worden de kruiden fijngestampt en in
drie lepels boter of klapperolie gebraden. Hierna voegt men er de
fijngestampte lomboks bij met het asem-water, laat dit nog een tijdje
doorbraden, men voegt daarna de santen hierbij en braadt dit verder
tot de olie er uitkomt. Hoe rooder deze sambel is, hoe smakelijker.