Een kip, eenige rauwe aan schijven gesneden aardappelen, santen van 1
of 2 klappers, 2 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih,
1 notemuskaat, 5 kruidnagels, 1 eetlepel ketoembar, 1/2 eetlepel
djienten, 1/2 theelepel peper, een stuk (vingerlengte) gebrande
koenjit, zout naar smaak, boter of olie, 2 lomboks.
Bereiding:
De kruiden worden gestampt en gebraden met de kip. Overigens volge
men dezelfde bewerking als de kerrie benggala I. (No. 45).