De verschillende kruiden, die bij de vele kerriesoorten worden
opgegeven, worden in den regel, na fijngestampt en gebraden te zijn,
in de santen gekookt, waarna dit alles gezeefd en met de groenten
en vleesch verder bereid wordt. Dit zeeven is geheel ad libitum;
er zijn ook velen, die van het kruiden-bezinksel in de kerrie houden.
Bereiding:
De kip of het vleesch kookt men even af in water. De bouillon bewaart
men, om er de kerrie mede aan te lengen.
De kruiden worden gestampt en gebraden in klapperolie, daarna de kip of
het vleesch er bij gedaan. Bak dit nog even samen op, voeg er allengs
santen bij, met de stukjes aardappelen en de djeroek-poeroet-bladeren.
Laat dit goed gaar koken, wordt het te droog, voeg er dan wat van den
bewaarden bouillon bij. Hoe dikker de kerrie is, hoe smakelijker. Zijn
de aardappelen gaar, dan is de kerrie gereed.