26. SAJOR GADO-GADO OF DJANGANAN.

Allerlei soort van groenten, fijngesneden; de kruiden zijn: 1 lepel

ketoembar, 1/2 lepel djienten. 1 theelepel peper, eenige schijfjes

fijngesneden laos, eenige schijfjes fijngesneden kentjoor, 1 theelepel

trassie, 2 lepels fijngesneden uien, 2 theelepels fijngesneden

bawang-poetih, 5 gepofte kemiries, 1/4 geraspte klapper, 2 theelepels

zout. Santen-kentel van 1/2 klapper. Asem- of djeroek-water naar smaak.

Bereiding:

De groenten worden eerst heel fijn gesneden en met wat zout gaar

gekookt. Vervolgens brade men afzonderlijk de fijngesneden uien,

bawang-poetih en laos, bruin, en voegt er daarna, de fijngesneden

lombok bij. De overige kruiden stampt men bij elkander fijn, braadt

ze afzonderlijk met den geraspten klapper, voegt hier de santen bij,

vervolgens de gekookte groenten en laat dit alles samen opkoken.

Ten laatste voegt men, vóór het opdienen, de gebraden uien en laos,

en eindelijk het asem- of djeroek-water bij.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 38 / 1109 题