27. SAJOR GOELÉÏ-BOONTJES.

Een bord vol boontjes, fijngesneden of heel gelaten naar verkiezing,

eenige kippenkluifjes of een bordje vol fijngesneden vleesch. Dikke

santen van één klapper, een handje vol fijngestampte rijst.

Kruiden: 2 volle lepels fijngesneden uien, 4 fijngesneden sioongs

bawang-poetih, 1/2 lepel djienten, 1 lepel ketoembar, een kwart

vingerlengte koenjit, 2 theelepels zout, 2 daon salam, een stuk

ineengedraaide seréh.

Bereiding:

De kluifjes (de stukjes vleesch) worden even in water opgekookt, daarna

er uitgehaald en in dezen bouillon de boontjes bijna gaar gekookt.

De kruiden (behalve daon salam en seréh) worden met de rijst

fijngestampt en met de helft van de hoeveelheid santen, met

bijvoeging van de kluifjes (het vleesch), de daon salam en de seréh

opgekookt. Vervolgens voegt men hier de boontjes met de rest van de

santen bij en laat dit samen gaar koken.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 39 / 1109 题