19. KETOEPAT-SOEMPIL.
Rijst-, pisang- of bamboe-bladeren van twee vingerbreedte tot
peperhuisjes gedraaid.
Bereiding:
Als voren; men vult de peperhuisjes half vol, sluit ze daarna met een
bieting [houten speldje] en kookt ze in een pot met water, dat telkens,
bij verdamping, moet worden aangevuld, tot de soempils gaar zijn.
Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 29 / 1109 题