11. NASI OELAM.

2 pond rijst, dikke santen, van 2 klappers, 2 djeroek-poeroet-bladeren,

1 theelepel zout.

Specerijen: 2 eetlepels fijngesneden uien, 4 fijngesneden sioongs

bawang-poetih, 1/2 lepel djienten, 1 1/2 lepel ketoembar, 1 lombok,

1 lepel fijngesneden seréh, 1 theelepel trassie.

Verdere ingrediënten: 1 eetlepel gebraden katjang-bras, 2 eetlepels

gebraden ikan-terie, 1 eetlepel fijngesneden en gebraden troeboek,

3 eetlepels gebraden uien, een fijngesneden dadar van 4 of 5 eieren,

eenige kemangie-blaadjes, fijngesneden komkommers.

Bereiding:

Men kookt de rijst met de santen, de djeroek-poeroet-bladeren en

het zout.

Vervolgens stampt men de specerijen fijn, vermengt ze, braadt ze in

boter met de verdere ingrediënten, behalve de dadar, kemangie-blaadjes

en komkommers.

Van dit gebraad mengt men de helft door de rijst. De andere helft

dient, met de drie laatstgenoemde bestanddeelen, tot versiering van

het gerecht.

Men kan die bestanddeelen nog meerdere uitbreiding geven, door

toevoeging van gebraden tèrong, gekookte katjang-pandjang, stukjes

dèndèng of, naar verkiezing, stukjes ikan-kring.

De dadar wordt, eveneens voor versiering, eerst aan dunne reepen

gesneden en, in stralen, over de rijst gerangeerd.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 20 / 1109 题