Regenkikvorsch. Zie: Wau-oeta-kikvorsch.
Reiger. Onder de reigersoorten, die in West-Indië voorkomen, wordt met
egret of Herodias egretta, doch vooral Leucophoyx candidissima (de
blauwe Sabakoe) bedoeld, die om de sierlijke kopveeren, als „aigrettes”
zeer gezocht, veel geschoten wordt. In S. wordt deze vogel nog steeds
niet beschermd, hoewel ernstige pogingen, o.a. door mijn tochtgenoot C.
v. Drimmelen, hiertoe gedaan zijn. In Columbia en andere Staten van
Amerika heeft men reeds lang het belang hiervan ingezien. De reigers,
die aan de kust van Jamaica veel voorkomen, vliegen ook dikwijls ver
landwaarts en zijn zeer verlekkerd op de kleine krabben, die in de
bergriviertjes voorkomen.
Roode ras. Zie: Roodhuid.
Roodhuid. De naam Roodhuid, die de I. hebben gekregen, is te danken aan
de gewoonte, om hun huid met Koesoewe—een roode kleurstof, verkregen
door een laag om de zaden van Bixa orellana L. met Krappa-olie te
vermengen—in te wrijven. De huidskleur der I. is meestentijd min of
meer licht koperkleurig, dikwijls ook kaneelkleurig. Met de roode
kleurstof worden ook de kleedingstukken en het aardewerk rood gekleurd.