Labba. A. naam voor een knaagdier (Coelogenys paca). Zie bij: Oerana.
Landkrab. Zie bij: Krab.
Leba of Libba is bij de N. een booze geest, die den mensch vervolgt.
Volgens de Penards (P. b.) beteekent L. ook „zwaarte” en wordt als een
oude vrouw gedacht, in lompen gehuld, in het woud wonende en belast met
schuld en zonden. Zij zou, als men haar nadert, een deel van haar last
op den persoon kunnen afwentelen, dan zelf in een geest veranderen, en
onhoorbaar menschen besluipen, op wie zij zich van een deel harer
zonden ontlast. De beslopene voelt zich lusteloos, zwaar, verliest alle
eetlust. Alleen de geestenbezweerder (Obiaman) kan de leba uitdrijven,
enz.
Levensblad. Zie: Levensboom.
Levensboom. Levensboomen en Levensbladeren, ook Wonderboomen en
Wonderbladeren genoemd, spelen in het leven der I. een groote rol. Bij
de A. van Eng. G. wordt bij ziekte een blad van een vetplant
(Bryophyllum pinnatum), die de eigenschap heeft, aan den rand van
afgesneden bladeren jonge plantjes voort te brengen, in de hut
opgehangen. Wanneer er plantjes uit voortkomen, wordt dit als een
teeken beschouwd, dat de zieke beter zal worden.
Liaan. Onder de lianen, de houtige slingerplanten, die in de tropische
oerwouden een zoo groote rol spelen (C. b.) bevinden zich zeer buigzame
soorten, die als touw (Boesi tetei = boschtouw) gebruikt worden. Er
zijn lianen, zoowel in de wouden van G. als in de Afrikaansche
wildernis, sterk genoeg, om er een boot aan vast te leggen.
Lichtkever (Pyrophorus noctulicus) is een tot de z.g. springkevers of
kniptorren (Elateridae) behoorende soort, die aan beide zijden van het
borststuk een geel plekje bezit, waaruit des nachts een helder licht
straalt. Bij een onzer kampementen in het oerwoud kwamen zij zoo
talrijk voor, dat men ze bij menigte kon oprapen, bedwelmd door den
rook van het kampvuur. Tien exemplaren, in een flesch gedaan, gaven
zoveel licht, dat ik er met gemak bij lezen kon.
Loekoe-man. Een priester of geestenbezweerder (bij de B.), die in de
onzichtbare wereld kan zien, en dikwijls gebeden richt tot den heiligen
kankantrie, de verblijfplaats van zieken veroorzakende geesten. (Zie:
Country-fashion man).