Jacamar. De Jacamars behooren tot een Kolibri-geslacht, dat de Koningen
onder deze schitterende vogelfamilie bevat. In S. wordt een Jacamar
daarom Kolibri-granman (Kolibri-gouverneur) genoemd.
Jagoear. (Felis onca), ook wel Amerikaansche tijger genoemd, is het
gevaarlijkste katachtige roofdier van Amerika. Rosachtig van tint, en
met witten buik, is het fraaie dier aan de zijden met 4–6 rijen groote
zwarte ringvormige vlekken, elk met een middenvlek, geteekend. Een
variëteit is geheel zwart. Zwarte tijgers der Indianen. (Zie:
Tobe-horo-anna).
Jakono. Vrienden.
Jams zijn de stengelknollen van Dioscorea Cayennensis L. en worden als
aardappelen gegeten. Deze zijn een belangrijk voedsel voor de armere
bevolking. De C. noemen ze Njamsi, de A. Koeroekwaroe.
Jawahoe is de naam voor Joroka (Zie aldaar).
Jawa-Konejenje beteekent volgens de Penards (P.) slechte Wraak-I.
Jaws. Zie: Framboesia.
Joroka (van C. oorsprong) is de naam voor een Boschgeest, verwant aan
Konokokoeja der A. In G. waar deze Geest onder verschillende namen
voorkomt (Joleka, Yurokon, Jawahoe enz.) wordt hij als sterk behaard
voorgesteld. Hij leeft onder den grond, kan zoowel man als vrouw zijn,
en komt na een voorafgegaan teeken te voorschijn. Hij heeft geen pijl
en boog en vecht met armen en beenen. Vandaar dat, wanneer een I. door
zoo’n Geest wordt aangevallen, hij schijnbaar ongedeerd naar zijn hut
terugkeert. Hij kan er echter zeker van zijn, zoo gelooft hij, dat hij,
zonder dat sporen van geweld hij hem te vinden zijn, kort daarna
sterft.
Het woord Joroka, dat spook of schim beteekent, is na den invoer der
N., spoedig in hunne taal overgenomen.