I.

Indianen der West-Indische eilanden. Op schandelijke wijze verdelgd

door de Spaansche en later door andere overheerschers, die hen in de

mijnen gebruikten, om doodend slavenwerk te doen, is het I.-ras (de

vredelievende A. op de Groote Antillen, de heldhaftige, strijdlustige

C. op de Kleine Antillen), nog slechts onder de kruisingsprodukten van

dit eilandengebied te herkennen, zooals op Aruba, waar kleurlingen, uit

de kruising van Indianen en Negers voortgekomen, een geprononceerd

Indianentype vertoonen. De op de eilanden gesproken omgangstaal, het

papiamento, (papiamentsch) op Curaçao, bevat ook vele woorden van

Indiaansche afkomst, en een nog veel grooter aantal op Aruba en

Bonaire, waar de I. bevolking veel langer heeft standgehouden. Op het

eiland Dominica kwamen nog voor enkele jaren zuivere C. voor, die er

langzaam schijnen weg te kwijnen. (Zie Ko.)

Itapalm. De Mauritia-palm (Mauritia flexuosa L.), die niet zelden

samenhangende bosschen vormt, is voor den I. van groote economische

waarde. Hij levert een soort sago op; de stam geeft, voordat de

vruchttros zich opent, bij het aanboren een groote hoeveelheid zoet

vocht, waaruit men suiker en brandewijn kan bereiden; uit de vezels der

bladeren maken de A. hangmatten enz. De A. eten als lekkernij de zg.

palmwormen (takoema), de larven van Calandra palmarum, een snuitkever,

die zij in de gevelde palmstammen veelvuldig vinden. Als kaas gebruiken

zij het afgekrabde, tot een koek gevormde vleezige gedeelte der

vruchten.

Itiriti. Indiaansche naam voor Wariembo. (Zie aldaar).

Itioto’s zijn volgens de Penards: Bosch-Indianen. Elders wordt deze

naam niet aangetroffen.

Mythen en sagen uit West-Indië · 第 159 / 174 题