Haas. Zie: Oerana.
Halla. Zetel voor den toovenaar of geestenbezweerder.
Hajara. Arowaksche naam voor vogelspin (Zie aldaar).
Harpoen-lans. Behalve verschillende soorten van pijlen voor het
schieten van bepaalde dieren, heeft de I. ook zijn harpoen-lans, een
visch-lans met lossen kop.
Heboe-mataro. Rammelaar. Zie: Maraca.
Hebu of Heboe. Deze is een der boschgeesten der Warraus. De Hebu is een
behaard wezen, met sterk vooruitspringende wenkbrauwbogen, waardoor hij
niet naar boven kan zien.
Hippopotamus, door de N. van Sierra Leone Pawpawtamus genoemd, is het
Nijlpaard, het groote vierhoevige dier der Afrikaansche stroomen.
Hyomoschus aquaticus is een sierlijk gebouwd, klein, reeachtig diertje
met vrij stevige, op het konijnenlichaam gelijkenden romp, en dunne, in
twee kleine hoeven eindigende pooten; het is verwant aan de
muskusdieren, doch heeft geen muskusklier. De fijne, sierlijk gevormde
kop heeft mooie heldere oogen. Op een donkerbruinen grond is de huid
met witte streepen en vlekken geteekend.
Het diertje is beperkt tot West-Afrika, en houdt zich in het
oerwoud-gebied op, waar het gaarne de oevers van meren en rivieren
opzoekt, (van daar de soortnaam aquaticus). Deze soort heeft alleen
verwanten in Z. en Z.O. Azië, van welke de kantjil van Java de meest
bekende is.