Gier. Zie: Stinkvogel en Buniavogel.
Godsdienst der Indianen. Zie: onder dichters.
Gordeldier. (N.E. Kapasi) ook schildvarken genoemd, behoort tot de
zoogdier-orde der Tandeloozen. De gordeldieren hebben een huidbedekking
uit beenplaten, door de lederhuid gevormd, overdekt door de verhoornde
opperhuid. De voorpooten hebben sterke klauwnagels, waarmede zij zich
snel in den grond kunnen graven. In G. komen 5 soorten voor, die
grootendeels aan zandterreinen gebonden zijn, waar hunne holen
menigvuldig zijn.
Gronduil. De S. holenuil (Speotyto cunicularia) nestelt veel in
verlaten holen van gordeldieren.
Guave. Van dit tot de Myrtaceeën behoorend geslacht onderscheidt men de
gekweekte G. (Psidium guajava L.) die een vrij kleine boom is, wiens
vruchten, die een rood of wit vruchtvleesch hebben, gegeten worden, en
de wilde Guave (P. polycarpon Lamb.), een kleine boom of heester, die
langs de rivieroevers en op eilanden in de stroomversnellingen in S.
veel voorkomt. Met het sap der vruchten beschilderen de I. hun
aardewerk met allerhande figuren.