Aardeten of geophagie is een ziekteverschijnsel, dat zich uit in het
eten van aarde, stukken griffels, krijt enz. In S. komt het veel voor
bij lijders aan mijnwormziekte (Anchylostomiasis). In den slaventijd
kregen de „grondvreters” maskers voor den mond. Dit grondeten is
vermoedelijk een verschijnsel der bedoelde mijnwormziekte, veroorzaakt
door een parasitischen rondworm (Anchylostoma duodenalis). De lijders
aan deze ziekte, die ook veel bij immigranten voorkomt, en waaraan
kinderen veelal sterven, worden bleek en voelen zich zeer vermoeid. De
hartwerking is verhoogd en de eetlust gestoord.
Aars. Uitmonding van het darmkanaal, waardoor de faeces verwijderd
worden.
Aboma. N.E. naam voor Anaconda (Z. a.).
Abonjera. N.E. naam voor een plant (Sesamum indicum L.) uit de fam. der
Pedaliaceën, waarvan het zaad, in koekjes gebakken, gegeten wordt. Ook
olie wordt uit het zaad geperst (Sesam-olie).
Acouri, ook wel Agoeti (in het N.E. Koni-Koni) genoemd, is een
knaagdier (Dasyprocta agoeti), dat in holle boomen huist en van wortels
en vruchten leeft. Het vleesch is smakelijk.
Agoeti. Zie Acouri.
Alligator. In G. komen drie soorten van dit Krokodillengeslacht voor.
De soorten van dit geslacht, ook Kaaiman (Kaikoetji der A.) genoemd,
worden 1.20 M. tot 2.60 M. lang en zijn voor den mensch niet
gevaarlijk.
Amalivaca. Mythische Held, die door de C., meer in het bijzonder door
de Tamanaca’s, een oorspronkelijken stam der C., vereerd wordt.
Anaconda. De grootste slang van G., ook wel Waterboa genoemd. De A.
(Eunectes murinus) wordt 6–8 M., soms 10 M. lang en leeft in de
nabijheid van het water. Zie Aboma en Camoedi.
Ananas. Schijnvrucht van Ananas sativus, bevat geen zetmeel, doch veel
suiker. De I. Ananas heeft wit vleesch, is ronder en minder geurig.
Animisme is de bij primitieve volken heerschende voorstelling, dat alle
natuurverschijnselen uitingen zijn van persoonlijke, denkende, willende
wezens. Alle bewerktuigde en onbewerktuigde wezens hebben volgens hen
een eigen ziel (anima) of geest. De zielen of geesten hebben volgens
dit geloof het vermogen, het dier, de plant of het voorwerp, waarin zij
huizen, te verlaten en vrij rond te dolen.
Anjoemara. Groote vischsoort (Hoplias macrophthalmus = Macrodon
aimara), die in de Midden- en Boven-rivieren en hare zijstroompjes van
G. veel voorkomt, en wier vleesch zeer smakelijk is. Behalve met den
hengel en met springlijnen, wordt de A. meestal met zg. springmanden
(Z. a.) gevangen.
Anona. Plantengeslacht der Anonaceën, waartoe de zuurzak (A. muricata
L.) behoort, die van stekelige wratten voorziene, zeer saprijke
vruchten heeft, en de schopappel (A. squamosa L.), wier gladde
vruchten, van de grootte van een appel, eveneens gegeten worden.
Apoetoe. Knots, strijdbijl der I., gemaakt uit het zware en harde
ijzerhout en het fraaie letterhout. De Apoetoe wordt tegenwoordig nog
slechts bij feesten en dansen gebruikt.
Arend. De zg. Harpi (Thrasaëtus harpyia L.) is een der zeldzaamste
roofvogels van Guyana’s binnenland, en tevens de grootste. Hij voedt
zich hoofdzakelijk met brulapen en luiaards. De I. houden hem tam, ten
einde zich op gemakkelijke manier de veeren voor hunne pijlen en
hoofdtooi te verschaffen. Twee maal p. jaar worden de veeren, die een
belangrijk ruilartikel zijn, aan het tamme dier ontnomen. De vrouwen
zorgen voor de voedering en dragen het dier met zich meê, als de I.
hetzij tijdelijk, hetzij voor altijd een verblijf verlaten. De bezitter
van een levenden Harpi is bij de I. zeer in aanzien.
Armadil. Naam voor het gordeldier, meer in het bijzonder van een groote
soort (Priodontes giganteus). Het schild van de gewone soort, die als
alle Gordeldieren in eigengegraven holen, meest op zandterreinen huist,
wordt in de I.-hutten vaak gezien. In S. heet het gordeldier
schildvarken, in het N.E. kapasì.
Awari. Buidelrat. Verschillende soorten van het tot de Roofbuideldieren
behoorend geslacht Didelphis, dat tot Amerika beperkt is, komen in G.
voor, en zijn gevreesde kippendieven. Zie ook: Boschrat. Onder Awari
verstaat men ook een spel, dat groote overeenkomst heeft met het
Dakonspel op Java. Dit spel, dat met het Awari-bord (Awari-bángi)
gespeeld wordt en een groot verspreidingsgebied heeft, moet door de
negerslaven uit Afrika naar W.-I. zijn overgebracht. Zelfs de B. spelen
het. (C.a.)
Azéman. Heks, die volgens het geloof der negers des nachts in
lichtenden gloed rondwaart, om menschen bloed uit te zuigen. Het volk
gelooft, dat de vampier (Z. a.) een doode is, die ’s nachts zijn graf
verlaat, om den levenden bloed uit te zuigen. De Azéman kan allerlei
vormen aannemen en door kleine openingen binnendringen.