Begeven wij ons in gedachte naar het West-Indische eilandengebied en
zoeken wij er naar voorbeelden uit de op schrift gebrachte mondelinge
overleveringen der overeenkomstige bevolking, dan zal ik mij—eensdeels
om den omvang van dezen bundel niet al te zeer te overschrijden,
anderdeels, omdat wij aangaande de Neger-folk-lore van dit gebied zeer
schaarsch zijn ingelicht—slechts moeten bepalen tot een drietal
eilanden, nl. tot Curaçao, de voornaamste Nederlandsche bezitting van
de groep der zg. Benedenwindsche eilanden, tot de Kleine Antillen
behoorend; in de tweede plaats tot het eveneens aan Nederland
toebehoorend eiland St.-Eustatius [340] van de groep der Bovenwindsche
eilanden, eveneens tot de kleine Antillen gerekend; en in de derde
plaats tot Jamaica, de belangrijke Engelsche bezitting van de groep der
groote Antillen.