NO. 19. HEER SPIN EN DE WATERNIMF.

Heer Spin was de beste vriend van de waternimf.

Eens ging hij haar in de rivier opzoeken op het oogenblik, dat zij

bezig was haar maal klaar te maken.

„Ga voort met koken, ik eet bij U van daag”.

„Dat kan wel; deze korrel rijst is genoeg voor ons beiden. Maar, een

oogenblik, heer Spin, ik ga bij den slager wat vleesch halen”.

Nauwelijks was de waternimf vertrokken, of heer Spin deed er nog twee

rijstkorrels bij; en ziet, de inhoud van den pot begon te koken en

vermenigvuldigde zich zoodanig, dat de rijst over den rand heen liep.

Heer Spin begon te eten tot hij niet meer kon.

Toen zette hij den pot op zijn hoofd en liep hij weg.

Onderweg kwam hij de watra-mama [287] tegen, die hem vervloekte,

zeggende:

„Die pot zal op je hoofd blijven zitten, tot de smid hem er afslaat”.

Toen heer Spin weêr honger kreeg, trachtte hij te vergeefs den pot van

zijn hoofd te krijgen. Eindelijk liep hij tegen een boom, de pot sprong

in tweeën, maar de bodem bleef vastzitten. Men kan dit thans nog zien,

wanneer men den kop der spin bekijkt.

Mythen en sagen uit West-Indië · 第 96 / 174 题