NO. 18. ANANSI ALS AMERIKAAN VERKLEED.

Heer Spin was getrouwd met ’Ma Akoeba. Hij werd gezegend met een

twaalftal kinderen en moest hard werken, om zijn gezin te kunnen

onderhouden. Moeder de vrouw, die een liefhebster was van pluimvee,

hield er een heele fokkerij op na.

Spin, door zorgen ter neêr gedrukt, stelde alles in het werk, om er wat

van machtig te worden. Het mocht hem echter niet lukken. Toen bedacht

hij de volgende list.

Heer Spin wist, dat zijn echtgenoote bang was voor blanken,

voornamelijk voor Amerikanen, die zij voor gevaarlijke menschen hield.

Hij deelde haar nu mede, dat een Amerikaansch kapitein ’s avonds om

zeven uur zou komen soupeeren, en zei haar, dat alles dan klaar moest

zijn.

Even over zessen ging heer Spin uit om te wandelen, en klokslag zeven

kwam hij als Amerikaan verkleed terug.

„Good evening”.

„Nàvoen kaptin”. [283]

’Ma Akoeba maakte een kósi [284] en zond haar dochter naar binnen om

het licht aan te steken.

„No, no, no, me git sore hai,” [285] schreeuwde de kapitein.

De kapitein at naar hartelust; en toen hij klaar was, zei hij op

woesten toon tegen ’Ma Akoeba:

„Zeg tegen Anansi als hij thuis komt, dat ik op hem ben blijven

wachten, maar dat ik eindelijk ben weggegaan, toen hij niet kwam

opdagen; morgen kom ik weêr en dan hoop ik hem aan te treffen. Bedank

hem vast voor het goede onthaal.”

’Ma Akoeba, niet beter wetende, groette hem vriendelijk, waarna hij

vertrok.

Heer Spin ontdeed zich van zijn Amerikaansch kostuum, en kwam na een

half uur weêr thuis.

’Ma Akoeba, nog niet bekomen van den schrik, deelde haar echtgenoot het

voorgevallene mede en verzocht hem, den volgenden dag niet uit te gaan,

uit vrees voor den Amerikaan.

„Waarom bang te zijn, kind, hij is toch een mensch als jij.

„Je hebt hem toch goed onthaald, hoop ik?”

„Ja zeker en hij heeft goed gegeten ook. Er is niets overgebleven dan

de beentjes van de gebraden dóksi. [286] Hij komt me voor, een

gulzigaard te zijn”.

„Mensch, je kent je wereld niet, anders had je je wel duizendmaal

bedacht, voor je zoo iets zei”.

„Hoe? Ken ik mijn wereld niet”, antwoordde Akoeba bits, die niet op

haar mondje gevallen was.

„Je begrijpt toch wel, dat hij niet zooveel gegeten zou hebben, als het

hem niet gesmaakt had, dat is juist een aanbeveling voor je, moedertje!

Hij is een echte Amerikaan; het spijt me geducht, dat ik niet thuis

was. Heeft hij niet naar whisky gevraagd?” voegde Spin er bij.

„Neen, maar doe me een genoegen en breng dien man niet meer in huis”.

Heer Spin zette de list voort en verscheen elken avond als Amerikaan

verkleed, tot hij op een zekeren dag met een tamarinde-zweep werd

afgeranseld.

Anansi, die geen pijn kon verdragen, schreeuwde het uit en riep „’Ma

Akoeba, sla me niet, ik ben immers maar Anansi, je echtgenoot”.

’Ma Akoeba geloofde hem niet en sloeg maar door. Als iemand het tooneel

gezien had, zou hij medelijden gehad hebben met heer Spin; want op het

laatst kreeg hij een zóó harden zweepslag over het middenlijf, dat hij

haast in tweeën gesneden werd. Van dit oogenblik moest de spin met een

in tweeën gekloofd lichaam loopen.

Mythen en sagen uit West-Indië · 第 95 / 174 题