NO. 17. VERHAAL UIT HET LEVEN VAN VRIEND SPIN.

Alvorens het verhaal te beginnen zal ik U een raadsel opgeven:

De deur van het kantoor was gesloten, er werd uit het kantoor geld

vermist; zoo niet de bediende, dan is mevrouw een schurk....

Broeders, laat ons het hierbij laten.

„Maar man, begin dan toch, de avond gaat geheel verloren”.

Eertijds, d.i. sedert onheugelijke tijden, toen de dieren nog

spraken....

Nu ga ik U een verhaal doen van vriend Spin en vriend Olifant.

Wij weten allen, dat vriend Olifant niet iemand is om meê te spotten,

en dat hij een krachtig en sterk dier is.

Op zekeren morgen kwam vriend Spin, verregaand onbeschaamdweg vriend

Olifant voorstellen, om met hem een weddenschap aan te gaan, wie van

hen beiden de sterkste zou blijken te zijn.

Olifant dacht er niet verder over na, of hem misschien ook een strik

gespannen werd. Hij sprong op, stak zijn langen snuit in de lucht en

lachte zóó hartelijk, dat de kleine tandjes, die God de Heer hem gaf,

om zijn oogen en ooren schoon te maken, te zien kwamen.

Vriend Spin draaide zijn knevels op, streek zijn baard, likte zich de

lippen en ging heen, om de list, die hij zou aanwenden, Olifant het af

te winnen, te overpeinzen. Tienmaal sloeg hij zich voor het hoofd en

stampte hij met zijn grooten zwaren schoen tegen den grond, om een

middel te bedenken, om dezen grooten woudbewoner beet te nemen. Toen

het schemerde, ging vriend Spin aan het strand en floot hij, om de

grootste visch van de Spaansche groene zee tot zich te roepen; deze

visch heet Walvisch.

Een kwartiertje daarna begon de zee onstuimig te worden en schoten de

golven als bergen omhoog, terwijl deze opspoten als een vulkaan, die

uit zijn kraters lava en asch werpt.

Walvisch kwam aan wal.

Vriend Spin schrikte vreeselijk en beefde van zijn hoofd tot zijn

teenen; een rilling ging door zijn leden, en met tranen in de oogen

verzocht hij Walvisch, hem aldus aansprekende: „Ik ben een arm klein

ding te midden van alle andere schepselen en ben toch in een bittere

verzoeking gevallen. Ach, moeder der zee, gij alleen kunt mij helpen en

niemand anders ter wereld”.

„Spin, jou kwajongen, je zanikt; sedert je me aan wal geroepen hebt,

doe je niets dan smeeken en tot nu toe heb je niets gezegd”.

„Eerwaardige, ontferm u over mij, rampzalige! Ach, daar God het wil,

zal ik beginnen:

Vriend Olifant ontmoette mij op een hoek van Quatre-Bras, juist op de

plek, waar de slag het hevigst was, die daar door vriend Napoleon werd

geleverd.

Wij spraken over dien slag en hij verdiepte zich in herinneringen,

toen, omdat vriend Olifant Engelschman is, hij plotseling woest en

driftig werd. Hij wilde mij slaan, maar gelukkig voor mij, dat ik klein

ben, want ik maakte me uit de voeten en verborg me. In mijne

verontwaardiging heb ik gescholden op alle grooten der aarde en der

zee”.

„Jou kwajongen, voor mij hebt gij geen eerbied; ik zal je dat betaald

zetten”.

Wij allen weten, hoe slim Spin is.

Hij ging toen ook met Walvisch een weddenschap aan, zeggende: „Wel

groote bewoner der zee; ik ga een lang en sterk kabeltouw leenen;

daarvan zult gij het eene eind om uw middel slaan en het andere zal ik,

aan wal blijvende, om mijn middel binden; dan zullen wij op een gegeven

teeken aan het trekken gaan; brengt gij mij in zee, dan.... doch breng

ik je aan land dan... is hij, die het wint de sterkste van ons beiden.

Maar vóór alles, sta mij toe, van mijn vrouw en kinderen afscheid te

gaan nemen”.

Moeder Walvisch dacht er ook niet verder over na en zei: „ja, het is

goed.

„Twee dagen na heden zullen wij den strijd aanbinden te omstreeks drie

uur, drie minuten en eenige seconden”.

Hierdoor vond Spin tijd en gelegenheid, om naar Olifant toe te gaan en

dezen onbeschaamdweg uit te dagen.

Olifant, ofschoon geen onbeduidende, sprong op en zei: „het is goed,

jou vagebond van een kleinen kwajongen, ik zal je doen zien, wie

sterker is”.

Olifant vroeg: „op welke wijze zullen wij de weddenschap aangaan?”

„Olifant, ik zal een kabeltouw om uw middel binden en gij zult midden

in het bosch blijven, terwijl ik aan het strand zal gaan staan, met het

andere eind van het touw om mijn middel gebonden, en dan zullen wij op

een te geven teeken naar elkander toe gaan trekken en hij, die den

ander naar zich toetrekt, zal overwinnaar zijn en het recht hebben te

eischen, wat hem gelieft”.

Welnu, Broeders en Zusters, wat denkt ge, dat Spin gedaan heeft? Hij

wacht af tot op het oogenblik, dat met Walvisch was overeengekomen.

Toen gaat hij met een tros kabeltouw van 100 meter lengte naar Walvisch

toe en bindt dit om diens middel, keert terug en bindt het aan het

andere eind om Olifant’s middel, plaatst zijn broeder, overeenkomstig

een met hem gemaakte afspraak, in het midden, om het sein tot den

strijd te geven en verwijdert zich in de richting van het strand, zijn

broeder toeroepende, dat hij alleen te roepen had: „het is tijd”.

Toen het uur van den strijd gekomen was, riep de broeder van Spin: „het

is tijd”.

Olifant en Walvisch begonnen nu, in tegenovergestelde richting zich

bewegende, te trekken: Walvisch in zee en Olifant op land, zoodat geen

van beiden den andere kon zien. Dit heen en weêr trekken duurde

geruimen tijd, zonder dat deze twee gevaarten elkander konden zien of

op elkander iets winnen.

Olifant was hierover verbaasd en kon er zich geen denkbeeld van vormen.

Tot zijn geluk kwam zijn jonge zuster daar langs, die zag, dat het

kabeltouw van het water uit getrokken werd en dat de zee zeer onstuimig

was.

Spin, die ook geen gek was, bemerkte hoe het zusje van Olifant dit

alles gadesloeg, en, uit vrees dat zij dit haar broeder zou gaan

mededeelen, maakte hij zich onmiddellijk uit de voeten. Hij vluchtte

het bosch in en ging zich verbergen in het skelet van een olifant; want

hij voorzag, wat hem te wachten stond.

Het zusje van Olifant ging naar haar broeder toe en zei tot dezen: „Jou

gek, het is niet Spin, maar Walvisch in de zee, die aan het touw trekt

en daardoor is voor jou de kans op winnen verkeken”. Onmiddellijk

daarop zond Olifant aan Walvisch een boodschap, hem daarbij alles

mededeelende. Onmiddellijk ontdeden zij zich beiden van het kabeltouw.

Zij dienden een klacht in tegen Spin bij het Boschgerecht; maar Spin,

slimmer dan beiden te zamen, had zich den tijd benuttigd, om een

huwelijk aan te gaan met de Prinses van het land, zoodat hij niet meer

voor het Boschgerecht kon worden betrokken.

Welnu, Broeders en Zusters, leert hieruit, dat het niet aangaat dat

grooten der aarde zich met hun minderen inlaten.

Vriend, nu de beurt aan jou!

Mythen en sagen uit West-Indië · 第 94 / 174 题