NO. 46. DE GROOTE BLOEDZUIGENDE VLEERMUIS. (A.)

Op een lange reis naar het land der steenen bijlen* kwam een groote

boot, geheel gevuld met Indianen, van een landingsplaats. Deze bevond

zich in het gebied van den vleermuizenstam, zoodat de oude man, die het

gezelschap leidde, zijn bende op het hart drukte, hunne hangmatten niet

tusschen de boomen op te hangen (zooals de Indianen in den drogen tijd

gewoon zijn te doen), omdat de vleermuizen er buitengewoon groot waren.

Hij ried den mannen daarom aan, een gesloten tijdelijke hut te bouwen,

dus een aan alle kanten gesloten banab*. Een der jongeren, die wat

vadsig was uitgevallen, had er geen lust in, de anderen met den bouw

van de schuilplaats te helpen. Hij beweerde, dat hij het niet geloofde,

dat de vleermuizen, al waren zij ook nog zoo groot, hem vóór het

aanbreken van den dag iets zouden doen. Tegen de redeneeringen van den

ouden man in, weigerde hij in de hut te kruipen, en nadat hij zijn

hangmat tusschen twee boomen had gehangen, bleef hij buiten slapen. Het

was reeds laat in den nacht, toen men binnen in de hut den buiten

gebleven tochtgenoot hoorde roepen en smeeken, binnen te mogen. Maar

zij antwoordden: „Neen, nu kunnen wij niet open doen. Je moet de

gevolgen van je weigering maar dragen!”

Toen zij nu des morgens buiten kwamen, zagen zij, dat er van hun

metgezel niets anders dan de beenderen was overgebleven. De vleermuizen

hadden hem inderdaad geheel droog gezogen. [111]

Mythen en sagen uit West-Indië · 第 55 / 174 题