NO. 2. DE OORSPRONG DER EERSTE MENSCHEN (C.)

De bewoners van den hemel gluurden eens door een opening, die zij,

zooals hen geleerd was, niet mochten naderen, naar beneden, en

ontdekten toen een geheel andere wereld. Zij sneden toen lange

bastrepen en lieten zich er mede naar beneden zakken.

Toen zij nu een tijd lang op de aarde hadden rondgedoold, begonnen zij

angstig te worden en besloten zij weder naar boven te klimmen. Nadat

zij nu weder de opening, waaruit zij waren neêrgedaald, hadden bereikt,

bleef een vrouw, die buitengewoon breed en zwaar was, in het gat steken

en gedurende het gevecht en het gedrang, dat er ontstond, om binnen te

komen, brak de bastreep af en een aantal Caraïben vielen naar beneden

en waren nu genoodzaakt op de aarde te blijven.

Toen zij echter geen eten konden vinden, dat naar hun smaak was, zagen

zij zich genoodzaakt, aarde te eten, waarvan zij koeken bakten. Zij

begonnen echter hoe langer hoe magerder te worden, en toen zij

bemerkten, dat de Acouri* er zoo welgedaan uitzag, zetten zij een

Specht* op den uitkijk, om te weten te komen, op welke wijze de Acouri

zich voedsel verschafte. Maar de specht verried zichzelf door zijn

getik tegen den stam, toen het kleine dier naar buiten kwam. Zij

droegen nu den Alligator* op, om het te bespieden; deze keerde terug,

maar vertelde een leugen. Na hem daarvoor gestraft te hebben, door zijn

tong uit te snijden [30], zonden zij er een rat op uit; doch deze

keerde niet terug en het volk moest hongerlijden.

De menschen trokken toen naar elders, alleen een kind achterlatend.

Toen zij nu na langen tijd, waarin zij zich met bessen hadden moeten

voeden, op de plaats terugkeerden, troffen zij het kind niet alleen nog

levend, maar zeer welgedaan, te midden van een aantal maïskolven aan.

De Acouri, die het kind zoo lang met maïskorrels had gevoed, was na een

zijner bezoeken door het kind gevolgd en dit had toen het maïsveld

ontdekt, waaruit het zoo lang eten had gekregen. Het volk was nu gered

en nam in aantal toe.

Mythen en sagen uit West-Indië · 第 16 / 174 题