XIV.

Het bal bij den goeverneur had eenige dagen later plaats. Mathias

Ilitsj bleek inderdaad de koning van het feest. De predwodietjel

[9] verklaarde ieder, die het wilde hooren, dat hij uitsluitend

te zijner eer was gekomen. De goeverneur zelf ging gedurende het

bal, met de grootste nauwgezetheid voort, regeeringszaken af te

handelen. Mathias Ilitsj' opgewekte stemming deed niets af aan den

adel zijner houding. Voor ieder had hij een vriendelijk woord,

voor den een met een nuance van hoogachting, voor den ander min

of meer uit de hoogte. "En vrai chevalier français" overstelpte

hij de dames met beleefdheden en lachte voortdurend in dien fijnen,

geluidloozen toonaard, zooals dat voor een man van aanzien past. Hij

klopte Arkadiej op den schouder en noemde hem duidelijk hoorbaar zijn

besten neef. Bazarof, die een eenigszins kalen rok aan had, mocht zich

gelukkig achten met een verstrooiden, maar welwillenden blik nu en

dan en een minzaam gemompel, waarin alleen den superlatief-uitgang en

het voornaamwoord "ik" verstaanbaar waren. Sitnikof kreeg een vinger

toegestoken, waarbij hij glimlachte zonder hem aan te zien. En zelfs

mevrouw Koeksjin, die zonder crinoline en met vuile handschoenen,

maar met een grooten paradijsvogel in het haar verschenen was, wist

hem een enchanté te ontlokken. Er waren veel menschen en vooral veel

heeren. De gerokte stonden meest tegen de muren, maar de militairen

dansten hartstochtelijk. Onder deze blonk één uit, die zes weken in

Parijs was geweest en derhalve uitdrukkingen als ah! fichtre! pst! mon

bibi! had meegebracht, welke hij dan ook volmaakt, met echt Parijsch

flair uitsprak, hetgeen echter niet verhinderde, dat hij si j'aurais,

in plaats van si j'avais zei en abolument voor "zeer zeker". Hij sprak

dus Russisch-Fransch, waar mee de Franschen, den spot drijven, zoolang

zij ons niet verzekeren, dat wij hun taal spreken comme des anges!

Arkadiej danste weinig en Bazarof in 't geheel niet. Met Sitnikof

trokken zij zich in een hoekje terug. Deze maakte opmerkingen, die

zoogenaamd scherp waren en glimlachte daarbij verachtend, terwijl

hij uitdagend rondkeek en bizonder met zich zelf ingenomen was. Maar

op een gegeven oogenblik veranderde zijn houding en fluisterde hij

Arkadiej opgewonden toe:

--Daar is mevrouw Odintsof.

Arkadiej keek en zag een slanke, in het zwart gekleede vrouw

binnenkomen. Het voorname in haar wezen verraste hem. Haar bloote

armen rondden teêr langs de ranke lichaamslijn, lichte fochsiabloesem

vielen van haar glanzend kapsel over de mooie schouders. Haar klare

oogen waren meer verstandig en rustig dan peinzend. Een blank voorhoofd

welfde zich zacht daarboven. Heel even glimlachte haar mond. Beminlijke

en teedere kracht ademde heel haar wezen.

--Kent u haar? vroeg Arkadiej.

--Heel goed. Zal ik u voorstellen?

--Gaarne... na dezen dans.

Bazarof merkte mevrouw Odintsof ook op.

--Wie is die daar? vroeg hij. Dat is heel iets anders als de rest.

Na den dans bracht Sitnikof Arkadiej bij mevrouw Odintsof. Maar

hij scheen lang niet zoo bevriend met haar als hij gezegd had. Hij

kon niet goed uit zijn woorden komen en zij keek hem met eenige

verbazing aan. Er kwam echter iets vriendelijks in haar gezicht,

toen zij Arkadiej's familienaam hoorde. Ze vroeg, of hij de zoon van

Nikolaas Petrowitsj was.

--Ja, antwoordde hij.

--Ik heb uw vader tweemaal gezien en dikwijls over hem hooren

spreken. Ik ben verheugd, u te hebben leeren kennen.

Op dit oogenblik kwam een adjudant haar vragen voor een quadrille en

ze nam aan.

--U danst dus? vroeg Arkadiej eerbiedig.

--Ja, maar waarom denkt u, dat ik niet zou dansen? Vindt u mij te

oud om te dansen?

--Hoe kunt u dat veronderstellen? Mag ik misschien de volgende mazurka?

Zij glimlachte.

--Heel graag, antwoordde ze en keek hem aan zooals gehuwde zusters hun

jongere broeders aankijken. Ze was wat ouder dan Arkadiej. Negen en

twintig. Maar Arkadiej voelde zich in haar tegenwoordigheid als een

jong student, een schooljongen, alsof het verschil in leeftijd nog

veel grooter was. Mathias Ilitsj kwam met majestueus gebaar op haar

toe en begon zijn complimenten. Arkadiej trad terug. Maar volgde

haar met de oogen gedurende den dans. Ze praatte even natuurlijk

met haar danser als met Mathias Ilitsj, en daarbij bewoog ze hoofd

en oogen langzaam van de eene zijde naar de andere. Arkadiej hoorde

haar twee of driemaal zachtjes lachen. Ze had, zooals bijna alle

Russische vrouwen, een misschien wat grooten neus en haar teint was

niet volkomen blank. Toch moest Arkadiej zich zelf bekennen, dat hij

nooit een meer volmaakte schoonheid had gezien. Voortdurend hoorde hij

den toon van haar stem. Hij vond zelfs, dat de plooien van haar kleed

anders vielen als bij andere vrouwen, rijker, meer harmonisch, doordat

al haar bewegingen van zulk een edele, natuurlijke gratie waren.

Bij de eerste tonen der mazurka beefde Arkadiej. Hij ging naast haar

zitten en omdat hij niet wist, wat te zeggen, streek hij verlegen met

de hand door het haar. Maar dat duurde niet lang. Haar kalmte bracht

hem tot zich zelf. En weldra keuvelde hij onbevangen over zijn oom

en vader, van hun levenswijs in Petersburg en op het land. Mevrouw

Odintsof luisterde met welwillende oplettendheid, terwijl ze haar

waaier op en neer bewoog. Alleen door de komst van cavaliers, die

hun dans verzochten, werden zij nu en dan gestoord. Sitnikof kwam

tweemaal. Daarna keerde zij weer terug en speelde weer met den waaier,

zonder dat eenige opwinding haar borst sneller deed kloppen. En

Arkadiej vertelde verder, gelukkig, haar naast zich te weten, haar

oogen en voorhoofd, haar ernstig, lief gezicht te kunnen zien. Zij

sprak weinig, maar als een vrouw met zekere levenswijsheid. Arkadiej

begreep, dat haar jaren niet zonder ontroeringen waren geweest,

dat ze had leeren nadenken.

--Wien had u straks bij u, toen Sitnikof u voorstelde? vroeg ze.

--Hebt u hem opgemerkt? Een typische kop, vindt u niet? Dat is mijn

vriend Bazarof.

En Arkadiej begon nu over hem te spreken. Hij verviel daarbij in

allerlei bizonderheden en raakte zoo in vuur, dat mevrouw Odintsof

met veel belangstelling naar hem omkeek. Toen was de mazurka

afgeloopen. Het speet Arkadiej, dat hij zich nu verwijderen moest. De

tijd was zoo aangenaam vergaan. Wel had hij voortdurend gevoeld,

dat ze hem met zekere kleinachting behandelde maar hij was daar

dankbaar voor. Want jonge harten voelen zich niet vernederd door de

beschermende welwillendheid eener schoone vrouw.

De muziek zweeg.

--Dank u, zei mevrouw Odintsof, en stond op, u hebt beloofd, mij te

bezoeken. Ik hoop, dat u dan uw vriend meebrengt. Ik ben zeer benieuwd,

een man te leeren kennen, die den moed heeft aan niets te gelooven.

De goeverneur trad op mevrouw Odintsof toe, deelde haar mede, dat

het souper wachtte en bood haar zakelijk den arm. Zij keek bij het

weggaan nog eens naar Arkadiej om en knikte hem glimlachend toe. Hij

boog diep, volgde haar met de oogen, hoe elastisch-elegant die gestalte

in de zwarte zijde--en dacht: ze heeft me allang vergeten! En meteen

kwam een gevoel van vrede door zijn ziel, streelend...

--En, vroeg Bazarof hem, zoodra hij terug was in hun hoekje, heb

je geluk gehad? Ik heb me laten vertellen, dat die vrouw... nu

ja... Trouwens, de man, die het me verzekerde, kan wel een idioot

zijn. Wat denk jij? Zou ze werkelijk... hm... hm...

--Ik weet niet, wat je bedoelt met hm, hm, antwoordde Arkadiej.

--De lieve onschuld!

--Als 't zoo bedoeld is, begrijp ik je zegsman niet. Mevrouw Odintsof

is charmant, maar zoo koel en stil, dat...

-- Stille wateren hebben diepe gronden, zei Bazarof. Is ze koud? Dat

maakt haar belangrijk. Hou je niet van ijs, en zoo?

--Dat is best mogelijk, zei Arkadiej, ik wil daar niet over

oordeelen. Maar ze wil kennis met je maken en heeft me gevraagd,

je mee te brengen.

--Je hebt haar zeker fijne dingen van me verteld. Maar dat neem

ik je niet kwalijk. Maar wie ze ook is, een gewone kokette of een

geëmancipeerde als mevrouw Koeksjin, mooie schouders heeft ze!

Het cynische in deze woorden deed Arkadiej pijn, maar zooals meestal

gooide hij het over een anderen boeg en verweet zijn vriend iets

geheel anders:

--Waarom gun je den vrouwen hun recht op denken niet? vroeg hij

fluisterend.

--Omdat ik gemerkt heb, dat alle vrouwen, die van dat recht gebruik

maken, ware vogelverschrikkers zijn.

Hiermede eindigde het gesprek. De vrienden gingen weg onmiddellijk

na het souper. Madame Koeksjin wierp hem een boos lachje toe. Zij

hadden haar niet de minste oplettendheid bewezen en haar ijdelheid

was beleedigd. Zij bleef tot het einde en danste nog om vier uur

's morgens met Sitnikof een polka op parijsche manier.

En met dit hartverheffende tooneel eindigde het bal bij den goeverneur.

Vaders en Zonen · 第 22 / 38 题