VIII

Wat de Duitschers organisatie noemen is inderdaad mécanisatie. Dat

deze, dat een dusdanige macht in Duitschland bestaat, dat ze in tal van

vormen in alle levenskringen optreedt en ze doordringt, dat elk haar

gehoorzaamt, dat ieder op zijn beurt meerdere is en mindere, eerbiedigt

wat boven, geringschat wat beneden hem geplaatst is, niet het talent

eerbiedigt maar de macht, niet de innerlijke leegheid geringschat, maar

de afwezigheid van uiterlijk rangteeken,—dit is de hatelijke draad die

al te zichtbaar door het duitsche wezen loopt, en die de westersche

volken, in hun groote meerderheid, gekant doet zijn tegen de toeneming

van duitsche invloeden.

Holland en de oorlog · 第 116 / 138 题