IX

Het is voor de Vlamingen een afschuwelijke samenloop van omstandigheden

dat België in deze oorlog aan de zijde van Frankrijk staat. Fransche

invloeden te bestrijden is hun levenstaak en zij maken deel uit van een

staat die ze bevordert. Maar voor Nederland is het een zegen dat de

duitsche invloeden worden opgewogen door de fransche. Zuid-Nederlanders,

in deze oorlog duitsche belangen bevorderend, bevorderen zeker niet die

van Nederland in zijn geheel. Hierin ligt voor ons niet een reden om

de Vlaamsche strijd af te keuren. Integendeel achten wij hem goed en

noodzakelijk, en zijn we van meening dat hij, zoowel tijdens als na de

oorlog, zal moeten gevoerd worden. Maar niet door zich te wenden tegen

België; niet door dientengevolge steun te verleenen aan Duitschland;

niet door de beschavingsbelangen te schaden van Grooter Nederland.

Het is voor Nederland van het hoogste belang dat de vrijer geest van

Westelijk Europa niet door de duitsche tuchting overvleugeld wordt,

dat deze landen aan de zee noch van de latijnsche beschaving worden

afgesloten, noch gericht tegen de angelsaksische. Door de gevorderdheid

van onze beschaving, door de wijze waarop verschillende buitenlandsche

faktoren daarin vervlochten zijn met de inheemsche, door onze

overlevering en onze zeden, behooren wij veel meer tot het westelijk

volken-geheel dan tot het midden-europeesche. Ondanks onze liefde voor

Duitschland, ondanks de wenschelijkheid dat Vlaanderen vlaamsch en

niet waalsch zij, zouden wij het een ramp achten als Duitschland in

West-Europa meester werd. Een dichter als Mr. Dr. Labberton moge in

Pruisen de zedelijke held van zijn droomen zien,—sommige staatslieden

mogen, uit vaderlandsche vrees voor het republikeinsche Frankrijk, een

vlaamsch bolwerk begeerlijk vinden,—wij deelen noch deze bezorgdheid

noch die bewondering.

Wij meenen daarenboven—maar hieromtrent het oordeel latend aan de

Vlamingen—dat in een hersteld België het aantal Nederlanders groot

genoeg zal zijn om zich de behandeling te waarborgen waarop ze recht

hebben; dat zij maar weinig gebaat zouden zijn door bij voorbaat

afgedwongen beloften; dat de poging om ze af te dwingen even vruchteloos

zal blijken als ze gevaarlijk is.

X

Temidden van de beschaafde wereld leeft een volk dat tevens een leger

is. Dat leger deelt niet enkel de zonden van alle legers, maar het wordt

bestuurd door een leer en een wetgeving die onvereenigbaar zijn met het

volkenrecht.

Holland en de oorlog · 第 117 / 138 题