VIII

Wanneer een staat een zoodanig lot heeft getroffen als België,

dan krijgt hij in de verbeelding van de volken een gestalte die

onverwoestbaar is. Het België dat koning Albert aan de IJzer handhaaft

is inderdaad een van de onuitroeibaarste kleine scheppingen, die het

ooit de Geschiedenis behaagd heeft voort te brengen. Het geeft niet

of wij, tijdgenooten, lettend op de werkelijkheid, in de Belgen enkel

een nietig en dan nog verdeeld volkje zien, weinig vaderlandlievend,

achterlijk in zijn onderwijs, van allesbehalve oorspronkelijke

ontwikkeling, en dat, hoewel even moedig als anderen, nooit door de

deugd van krijgshaftigheid heeft uitgemunt. Het vertrapte, onder de voet

geloopen België, plotseling aan de IJzer zijn laatste vaandel opheffend,

en met gelukkige uitslag weerstand biedend aan het sterkste leger dat

de machtige veroveraar ertegen kon afzenden, blijft een beeld dat de

menschheid zich nooit ontrooven laat. Koning Albert, in wie dat België

zich vertegenwoordigd ziet, trekt alle profijt daarvan. Koningin

Elizabeth, achter de linie tot de gewonden gaand en ze met eigen handen

verzorgend, voegt aan de voorstelling elementen toe die nú al de vorm

aannamen van europeesche legenden. Men zou wenschen dat alle Belgen,

ook zij die, opgesloten in het veroverde land als in een kerker, in de

herinnering terugziend, hun vroegere regeering haten, hun oogen met deze

vizioenen niet alleen eens troostten maar er de beteekenis van inzagen.

De oorlogvoerende volken ondergaan er de kracht van en zij zal zich, bij

hun regeeringen, nog omzetten in eene, niet enkel dichterlijk, maar die

in daden een bevrijd België en zijn koningshuis ten goede komt. Dit zou

dan een zeldzaam teeken zijn van hoe zich de poëzie ook thans nog op de

lichtbewogen en voor verbeelding toegankelijke menschheid haar invloed

weet te verzekeren.

Holland en de oorlog · 第 89 / 138 题