VII

Hadden we vóór de oorlog ooit de mogelijkheid verondersteld van een

arm Europa? Toch is de voorstelling nu niet langer denkbeeldig. Al

de opgespaarde schatten worden gebruikt om middelen te maken tot

verwoesting van nog meer schatten. Zij die schatten voortbrachten worden

gedood of dooden anderen die schatten voortbrachten. Millioenen mannen

zijn werkloos, grondstoffen worden niet gekweekt of niet aangevoerd,

handen komen te kort om te voorzien in het verbruik van volken en

legers. Schaarste is in elk land merkbaar, zuinigheid het wachtwoord

van de rijkeren. En de armeren—zij wassen in aantal en armoede. We

voelen nu hun last nog niet. Zij moeten geholpen worden, zoover het

gaat dan, bij wijze van noodhulp, tijdens de oorlog. Maar straks, wie

weet na hoelang, als de oorlog geëindigd is, zal de hulp eerst recht

noodig zijn. Dan zal het gebrek, dat we ons nu nog verheimelijken, ons

aangrijnzen. Zelfs de oorlogswinsten blijken dan schijnbaar. De personen

die ze maakten, zullen toch niet verwachten dat een noodlijdend Europa

ze hun laten zal?

Holland en de oorlog · 第 88 / 138 题