IV

Zoolang groote gebeurtenissen ons van ons werk afleiden, voelen we

ze enkel als schadelijk; maar zoodra we eraan deelnemen of door

tegenwerking tot nieuwe krachtsontwikkeling worden aangezet, begrijpen

we waar ze goed voor zijn.

V

Ik heb een paar boeken gelezen van de zweedsche schrijver Verner von

Heidenstam, eerst zijn Heliga Birgittas Pilgrimsfärd, daarna zijn

Karolinerna. Hij is een hoogst belangwekkend kunstenaar. Zijn stijl is

gedrongen en kleurig, zijn verbeelding rijk en afwisselend, bijna bont,

maar toch voldoende getemperd en daardoor geadeld, zijn gedachte....

Zijn gedachte schijnt mij in beide boeken dezelfde. Zij betreft het

karakter van de Held. De heilige Brigitta zoowel als Karel XII ziet hij

als helden, d. w. z. als wezens geboren met een noodlottige aandrift,

waaraan zij zichzelf en hun omgeving ten offer brengen. Hun macht over

de menschen schrijft hij daaraan toe dat zij met elementair geweld

handelen, dus als natuurkrachten, persoonlijk belangeloos. Vandaar dat

zelfs zij die door hen gedood worden hun dankbaar zijn: zij brachten

in het leven van die anderen datgene waaraan ze behoefte hadden en wat

ze in zichzelf niet vonden: het volstrekte, het onvoorwaardelijke,

en daarmee het ondanks en boven alles liefde en aanbidding waardige,

dat moet gehoorzaamd worden. Een tweede gedachte is dan dat zelfs

dit volstrekte een betrekkelijke zijde heeft. De held moet namelijk

verschijnen in een vorm die zijn tijdgenooten kunnen bewonderen.

Brigitta, de heilige, kon niet bemind zijn in de achttiende eeuw, Karel

XII, de avonturier, niet in de veertiende. Daaruit volgt dat de Held,

die Natuur schijnt uittedrukken, tevens de uitdrukking van zijn Tijd

moet zijn en dat het Volk, in hem bewonderende en ondergaande wat het

zelf niet is, dit juist blijkt te doen omdat het in hem de verschijning

en tenslotte de verheerlijking van eigen diepste wezen ziet.

Holland en de oorlog · 第 49 / 138 题