In een tijd als deze—zoo heet het—verliezen poëzie en kunst hun
beteekenis. Het omgekeerde is waar. Eerst onder de nood van de
omstandigheden beseffen de meesten iets van de ernst waarmee dichters
en kunstenaars hun leven voeren en uitspreken. Zij vonden vroeger
alles moeielijk: nu de tijd hen gespannen heeft zijn zij in staat de
spanningen van het kunstwerk meeteleven en ervaren zij het gedicht als
ook voor hen geschreven.