Versteld heb ik gestaan over de macht die in tijd van oorlog een
regeering uitoefent over de gemoederen. Menschen die levenslang de
gemeenschap van kunst en geest boven iedere andere gesteld hebben, en
in hun eigen land bizonder het Pruisdom haatten en minachtten, zijn
in de oorlogsopwinding onmiddellijk dupen geworden van de ambtelijke
voorstelling. Zij gelooven alle goeds dat hun regeering van zichzelf
meedeelt, en alle kwaads dat zij toeschrijft aan haar vijanden. Hun
brieven lezen als artikelen uit de Kreuzzeitung.