VIII

Versteld heb ik gestaan over de macht die in tijd van oorlog een

regeering uitoefent over de gemoederen. Menschen die levenslang de

gemeenschap van kunst en geest boven iedere andere gesteld hebben, en

in hun eigen land bizonder het Pruisdom haatten en minachtten, zijn

in de oorlogsopwinding onmiddellijk dupen geworden van de ambtelijke

voorstelling. Zij gelooven alle goeds dat hun regeering van zichzelf

meedeelt, en alle kwaads dat zij toeschrijft aan haar vijanden. Hun

brieven lezen als artikelen uit de Kreuzzeitung.

Holland en de oorlog · 第 37 / 138 题