Schoon ik een open zin en een warm hart voor het oude heb, ben ik
toch volstrekt niet ingenomen met het verouderde, en van weinige
dingen heb ik een zoo volstrekten afkeer, als van verouderde klachten.
En niettegenstaande dit, wil ik echter nog eenmaal op eene verouderde
klacht terug komen, omdat de ergelijke grond van haar ontstaan met
iederen zomer weer op nieuw herleeft:
»Wy--neen, Goddank! nog niet wy, maar toch, helaas! nog velen
onzer--zoeken de oorspronkelijke schoonheid der natuur nog altoos
buiten, niet in ons vaderland; en wie onder ons aanspraak maakt op den
naam van man van beschaving en opvoeding, kent, zoo hem Zwitserland en
Italië nog vreemd zijn, ten minste de Maas- en Rijn-streken door eigene
aanschouwing; ook nog, by toeval, de omstreken eens buitenverblijfs
van verwant of vriend, en heeft waarlijk ook wel eens hooren beweren
dat Nederland zelfs rijk aan natuurschoonheid is--maar onder dit
laatste schrijven zijne verbaasde blikken: »quod est demonstrandum!"