VIJFDE VERTELLING.

Madonna Dianora eischt van messer Ansaldo een tuin in Januari even

schoon als in Mei. Messer Ansaldo geholpen door een toovenaar,

geeft haar dien. De echtgenoot staat toe, dat zij messire Ansaldo

ter wille is, die dit hoorend haar van haar belofte ontslaat en de

toovenaar, zonder iets van hem te verlangen, beschouwt hem als vrij

van schuld.

Ieder van het vroolijk gezelschap verhief messer Gentile tot in de

wolken, toen de koning beval Emilia te volgen, welke onbeschroomd

verlangend te spreken, aldus begon: Teedere donna’s, Niemand kan

ontkennen, dat messer Gentile ridderlijk gehandeld heeft, maar als men

wilde beweren, dat men het niet noch schooner kan, zou het niet

moeilijk zijn dit te weerleggen. Dit wil ik u in mijn verhaal toonen.

In Frioli, een koud land, maar vroolijk door schoone bergen, vele

rivieren en heldere bronnen, leefde in een stad Udine, een mooie

edelvrouw madonna Dianora, de gade van een voornaam, rijk man Gilberto,

aardig en van knap uiterlijk. De donna won de liefde van een edelen en

grooten baron, messire Ansaldo Gradense, een man van ondernemingsgeest

en door zijn wapenfeiten en hoffelijkheid bij allen bekend. Hij deed

alles, wat hij kon, om door haar bemind te worden en zond haar daartoe

vaak boodschappen maar vergeefs. En daar de verzoeken van den ridder de

donna hinderden en zij zag, dat hij niet ophield door haar weigeren

noch haar te beminnen noch haar te bidden, bedacht zij door een naar

haar meening onmogelijken eisch zich van hem te ontdoen en sprak tot

een vrouw, die dikwijls zijnentwege tot haar kwam, aldus: Goede vrouw,

gij hebt dikwijls beweerd, dat messer Ansaldo mij boven alles liefheeft

en gij hebt wonderbare geschenken uit zijn naam aangeboden, die ik niet

aannam, maar indien ik er zeker van ben, dat hij mij zóó liefheeft, als

gij zegt, zou ik zeker trachten hem lief te hebben; indien hij wil

beloven, wat ik hem zal vragen, zal ik tot zijn beschikking zijn. De

goede vrouw zeide: Wat verlangt gij van hem? Zij antwoordde dit: Ik wil

in de komende maand Januari bij deze stad een tuin vol groen gras,

bloemen en boomen met bladeren evenals in Mei; als hij dit niet geeft,

laat hij u dan niet meer sturen, omdat, als hij mij weer zal hinderen,

ik mij bij mijn man en familie zal beklagen, wien ik tot nu toe alles

verborg.

De ridder, die het voorstel van de donna hoorde, nam zich toch voor,

hoe moeilijk en onmogelijk het hem scheen, het te beproeven en ging in

vele deelen der wereld iemand zoeken om hulp en raad. Hij ontmoette

iemand, die aanbood voor veel geld het te bewerkstelligen door

tooverij. Toen messer Ansaldo voor een zeer groote som het met hem eens

werd, wachtte hij verheugd den hem gestelden tijd af. Het was toen zeer

koud en alles vol sneeuw en ijs en de waardige man handelde in een zeer

schoone weide vlak bij de stad in den nacht voor één Januari zóó, dat

op den morgen volgens ooggetuigen, een der schoonste tuinen verscheen

met gras en boomen en vruchten van allerlei soort. Toen messire Ansaldo

dit gezien had, liet hij zeer verheugd er de schoonste vruchten en

bloemen plukken, liet die in ’t geheim zijn donna aanbieden en haar

uitnoodigen den tuin, door haar geëischt, te zien, en dat zij zich de

belofte zou herinneren en die zou houden.

De donna hoorde door velen over den wonderbaren tuin spreken, en kreeg

berouw. Maar daar zij begeerig was wonderen te zien, ging zij er met

vele andere donna’s van de stad heen, prees die niet zonder verbazing,

en ging, bedroefder dan eenige vrouw, naar huis denkend aan wat zij

verplicht was. Zij kon haar smart niet verbergen; de echtgenoot merkte

dit en wilde de reden weten. De donna zweeg uit schaamte; ten laatste

vertelde zij hem alles. Gilberto werd eerst heel kwaad. Toen de reine

bedoeling van de donna in aanmerking nemend, gaf hij zijn besten raad

na zijn toorn te hebben verdreven: Dianora, het is geen daad van een

wijze of eerbare donna zulk een boodschap aan te hooren noch op eenige

voorwaarden haar eerbaarheid aan een verdrag te wagen. Woorden in het

hart opgenomen, hebben grooter kracht dan velen denken en bijna alles

wordt voor minnaars mogelijk; gij hebt dus slecht gehandeld. Maar omdat

ik de reinheid van uw ziel ken, zal ik om u van uw belofte te ontslaan,

u dat toestaan, wat wellicht geen ander zou veroorloven ook, omdat ik

bang ben voor den toovenaar, waardoor misschien messer Ansaldo, als gij

met hem spot, ons schade zou doen. Ik wil, dat gij naar hem toe gaat en

u best doet, zooveel gij kunt, dat gij met het oog op uw eerbaarheid

van die belofte bevrijd wordt. Zoo het niet anders kan, geef hem dan

ditmaal uw lichaam maar niet uw ziel. De donna weende en weigerde hem

zulk een gunst toe te staan. Gilberto, hoezeer de donna zich ook

verzette, wilde, dat het geschiedde. De donna ging, toen het daagde,

zonder veel opschik met twee dienaren en een kamervrouw naar messere

Ansaldo. Toen deze dit hoorde, verbaasde hij zich zeer, liet den

toovenaar roepen en sprak: Zie, hoeveel goeds uw kunst mij verschafte!

Hij ontving haar met eerbied, beteugelde zijn begeerte, en nadat hij

haar en de anderen in een fraaie kamer met een groot vuur had laten

plaats nemen, zeide hij: Madonna, ik smeek u, indien de langdurige

liefde, die ik u heb toegedragen, eenig loon verdient, dat het u niet

zal hinderen mij de ware reden mede te deelen van uw vroege komst met

dit geleide.

De donna beschaamd en met de tranen in de oogen, antwoordde: Messere,

geen liefde, noch de gegeven belofte leidden mij hier, maar het bevel

van mijn echtgenoot, die meer lettend op de smarten van uw onbeteugelde

liefde dan op zijn en mijn eer, mij hierheen stuurde en daarom ben ik

voor deze keer tot uw beschikking. Messer Ansaldo, die eerst over de

donna verwonderd was, verbaasde zich nu nog meer en door de gezindheid

van Gilberto bewogen veranderde zijn hartstocht in medelijden en hij

zeide: Madonna, God verhoede, dat ik de eer schend van hem, die zich

over mijn liefde ontfermt en daarom zult gij hier zijn als mijn zuster

en als het u aangenaam is, kunt gij vrij vertrekken op voorwaarde, dat

gij aan uw man voor zooveel beleefdheid die gunsten schenkt, die gij

goed zult achten en gij mij altijd in de toekomst tot broeder en

dienaar wilt hebben. De donna blijder dan ooit sprak: Als ik op uw

gewoonten let, had ik niets anders van u verwacht, waarvoor ik u altijd

verplicht zal zijn. En na afscheid te hebben genomen, ging zij eervol

begeleid terug naar Gilberto en vertelde hem het gebeurde. Daaruit kwam

tusschen hem en messer Ansaldo een innige en trouwe vriendschap voort.

De toovenaar, voor wien messer Ansaldo zich gereed maakte de beloofde

som te geven, zeide, toen hij de mildheid van Gilberto jegens Ansaldo

en die van messer Ansaldo jegens de donna zag: God beware mij, dat ik,

die de edelmoedigheid van Gilberto jegens u bemerkte, niet even mild

zou zijn en daarom wil ik, dat het uwe blijft, wat ik weet, dat u te

pas kan komen. De ridder schaamde zich en deed zijn best hem alles of

een deel te betalen, maar tevergeefs. Na drie dagen deed de toovenaar

zijn tuin verdwijnen en beval hem Gode aan. Ansaldo na zijn overspelige

liefde te hebben overwonnen bleef ontgloeid in een eerlijke vriendschap

voor haar.

Wat zullen wij zeggen, verliefde donna’s! Zullen wij de dood gewaande

donna en de liefde reeds verkoeld door de verloren hoop tegenover die

edelmoedigheid van messer Ansaldo kunnen stellen, die meer dan ooit

liefheeft en door meer hoop ontbrand is en in zijn handen de zoo lang

gevolgde prooi houdt? Het schijnt mij dwaas te gelooven, dat die

edelmoedigheid daarmee is te vergelijken.

De Decamerone van Boccaccio · 第 107 / 116 题