De negende dag der Decamerone eindigt. De tiende vangt aan. Onder
het bewind van Panfilo spreekt men over hen, die door mildheid, of
grootmoedigheid iets doen om liefde of andere dingen.
Nog waren enkele wolkjes in het westen rood en glansden die in het
oosten reeds aan hun rand als het schitterendste goud, getroffen door
de zonnestralen, welke naderden, toen Panfilo de donna’s en zijn
metgezellen deed roepen. Toen hij met hen vastgesteld had, waar zij tot
hun genoegen heen konden gaan, begaf hij zich met langzamen tred,
vergezeld door Filomena sprekend over hun toekomstig leven vooruit op
weg.
Na een grooten tocht keerden zij, toen de zon warmer werd, naar het
verblijf terug en nadat zij de bekers om de fontein hadden gezet om
zich te laven, gingen zij in verfrisschende schaduwen van den tuin zich
vermaken tot aan het etensuur. En toen zij gegeten en geslapen hadden,
verzamelden zij zich, waar het den koning behaagde en daar beval hij
aan Neifile de eerste vertelling voor te dragen, welke blijmoedig aldus
begon: