Twee mannen zijn bevriend; de een slaapt met de vrouw van den
ander; degene, die dit merkt, maakt, dat die door zijn vrouw in een
koffer wordt gesloten, waarop hij, terwijl die daarin zit, met de
vrouw van deze de schade inhaalt.
De lotgevallen van Elena waren treurig en bedroevend geweest voor de
donna’s om aan te hooren, maar omdat zij meenden, dat die haar ten
deele met recht waren overkomen, hadden zij die met meer getemperd
medelijden gevolgd, hoezeer zij den student hard en zelfs wreed vonden.
Maar toen Pampinea tot het slot was geraakt, beval de koningin, dat
Fiammetta zou voortgaan, die verlangend te gehoorzamen zeide:
Bekoorlijke donna’s. Daar het mij schijnt, dat de strengheid van den
student u eenigszins heeft ontstemd, vind ik het passend de bedroefde
zielen een vroolijke, kleine geschiedenis te verhalen van een jonkman,
die met zachtheid een beleediging ontving en zich met een gematigd
middel wreekte. Daardoor zal het goed zijn te begrijpen, dat wie een
ezel ontvangt een gelijke moet terug geven zonder te willen beleedigen,
en waar men zich voor een ontvangen hoon moet wreken, niet boven het
passende van de wraak te gaan.
Gij moet dan weten, dat er in Siena twee welgestelde jonge mannen waren
van goede burgerfamilies, de een heette Spinelloccio Tanena en de ander
Zeppa di Mino; zij waren buren in Camollia [158]. Zij gingen altijd
samen om en naar wat zij toonden, mochten zij elkaar zoo gaarne lijden,
alsof zij broeders waren. Ieder van hen had een schoone echtgenoote.
Daar Spinelloccio veel in het huis van Zeppa kwam of die er was of
niet, werd hij zoo met de vrouw van Zeppa bevriend, dat hij er mee ging
slapen en aldus deden zij langen tijd zonder dat iemand iets merkte.
Eens toen Zeppa thuis was en de donna het niet wist, kwam Spinelloccio.
De donna zeide, dat hij niet thuis was, waarop Spinelloccio spoedig
naar boven ging, de donna alléén in de zaal vond en daarop kusten en
omhelsden zij elkander. Zeppa, verborgen, keek, hoe het spelletje liep,
sprak geen woord, maar zag weldra, dat zijn vrouw en Spinelloccio
gearmd naar hun kamer gingen en zich opsloten, waarover hij zeer boos
werd. Maar hij wist, dat door eenig tumult te maken zijn smaad niet
minder werd en de schande grooter en dat hij zich zóó moest wreken, dat
men het buiten niet wist, maar zijn ziel tevreden zou zijn. Na lang
denken vond hij het middel. Hij verborg zich zoo lang, als Spinelloccio
met de donna bleef. Toen deze was weggegaan, trad hij in de kamer der
donna; zij was nog niet gereed met haar sluier, welke Spinelloccio bij
het stoeien had laten vallen en zeide: Vrouw, wat doet gij? Hierop
antwoordde de donna: Ziet gij het niet? Zeppa zeide: O zeker, zeker, ik
heb ook wat gezien, wat ik niet had willen zien. En over hetgeen
gebeurd was, begon hij met haar te spreken en na met den grootsten
angst en na veel omwegen bekend te hebben wat zij aangaande haar
verhouding niet verbergen kon, vroeg zij hem schreiend om vergiffenis.
Hierop sprak Zeppa: Gij hebt kwaad gedaan, en indien gij wilt, dat ik
het U vergeef, dan moet gij geheel vervullen, wat ik U zal opdragen, en
dat is: Dat gij zegt aan Spinelloccio, dat hij morgen op het uur der
terza reden vindt om van mij heen te gaan en hier bij U te komen en
wanneer hij hier zal zijn, zal ik terugkeeren en als gij mij bespeurt,
zult gij hem in een koffer sluiten en dan zal ik U verder zeggen, wat
gij doen moet. Aarzel niet het te doen, want ik zal hem in ’t geheel
geen kwaad doen. De donna om hem tevreden te stellen, zeide, dat zij
het zou doen. Den volgenden dag, toen Zeppa en Spinelloccio in de terza
te samen waren, zeide Spinelloccio tot Zeppa: Ik moet vanmorgen met een
vriend ontbijten, waar ik mij niet wil laten wachten en daarom ga met
God. Zeppa antwoordde: Het is nog geen uur om te ontbijten.
Spinelloccio antwoordde: Ik heb hem ook over een zaak te spreken,
zoodat ik er vroeg moet zijn. Aldus ging Spinelloccio heen, maakte een
omweg en kwam in het huis van diens vrouw en toen hij in de kamer was
gekomen, duurde het niet lang of Zeppa kwam terug. De donna toonden
groote angst en verborg hem in den koffer en ging daarna de kamer uit.
Zeppa naar boven geklommen sprak: Vrouw, kunnen wij al ontbijten? De
donna antwoordde: Ja, in een oogenblik. Toen sprak Zeppa: Spinelloccio
is vanmorgen bij een vriend gaan eten en heeft zijn vrouw alleen
gelaten. Ga aan het venster en roep haar om bij ons te komen ontbijten.
De bevreesde donna gehoorzaamde en deed wat haar bevolen werd. De vrouw
van Spinelloccio ging na lang aangezocht te zijn en gehoord te hebben,
dat haar man niet kwam ontbijten. Toen zij daar was, gaf Zeppa haar
zijn liefkoozingen, nam haar bij de hand en beval zijn vrouw zachtjes
naar de keuken te gaan, nam haar mee naar zijn kamer en sloot die van
binnen. Toen de donna dit zag, zeide zij: Wee mij, Zeppa, wat wil dat
zeggen! Hebt gij mij daarom hier laten komen? Is dat vriendschap, die
gij voor Spinelloccio gevoelt? Zeppa, die de koffer genaderd was,
waarin haar man zat en die haar stevig vast hield, sprak: Voor gij boos
wordt, moet gij luisteren: ik houd en hield van Spinelloccio als een
broeder, maar gisteren vond ik, dat het vertrouwen, dat ik in hem
gesteld had; zoover was gegaan, dat hij met mijn vrouw sliep als met U.
Ik bemin U; ook daarom ben ik niet van plan een andere wraak te nemen
dan de beleediging eischt; hij heeft mijn vrouw gehad, ik wil daarom U
hebben. Als gij weigert, zal hij het zeker later betalen en daar ik
niet van plan ben die beleediging ongewroken te laten, zal ik hem dan
wat leveren, dat gij noch hij ooit weer vroolijk zult zijn.
De donna geloofde Zeppa en zeide: Mijn Zeppa, daar de wraak op mij moet
vallen, ben ik tevreden, mits gij mij in vrede met Uw vrouw laat
blijven, daar ik, ondanks wat zij mij gedaan heeft, met haar wil
blijven omgaan. Hierop antwoordde Zeppa: Dat zal ik zeker doen en
bovendien zal ik U zulk een mooi en duur juweel geven, als gij er nog
geen ander bezit. Bij die woorden omhelsde en kuste hij haar, legde
haar op den koffer, waar haar man in zat opgesloten en hierop
verheugden zij elkander, zooveel het hun beviel. Spinelloccio, die in
den koffer zat en de woorden van Zeppa en het antwoord van zijn vrouw
gehoord had en daarna den dans van Treviso had bespeurd, die boven zijn
hoofd werd uitgevoerd, gevoelde zulk een smart, dat hij dacht te
sterven en als hij niet bang was geweest voor Zeppa, had hij zijn vrouw
een groote beleediging toegevoegd. Daarna zich toch herinnerend, dat
hij met den smaad begonnen was en dat Zeppa reden had te doen, wat hij
deed en zich jegens hem menschlievend en als vriend had gedragen, zeide
hij tot zich zelf, dat hij meer dan ooit de vriend van Zeppa wilde
blijven. Zeppa, die met de donna zoolang was geweest als hij verkoos,
kwam van den koffer af en toen de donna hem het beloofde juweel vroeg,
maakte hij de kamer open, liet zijn vrouw komen, die niets anders dan
lachend zeide: Madonna, gij hebt mij een brood gegeven voor een
aschkoek. Hier voegde Zeppa aan toe: Open dien koffer en zij deed het.
Daarin toonde Zeppa aan de donna haar Spinelloccio. En het zou lang
duren om te zeggen, welke van de twee zich het meest schaamde. Zeppa
sprak tot haar: Ziehier het juweel, dat ik u geef. Spinelloccio, uit
den koffer gekomen, zeide zonder veel praatjes te maken: Zeppa, wij
zijn quitte en daarom is het goed, gelijk gij zooeven tot mijn vrouw
zeide, dat wij vrienden blijven en daar er geen ander verschil tusschen
ons is geweest als van vrouwen, moeten wij die ons ook gemeen maken.
Zij ontbeten alle vier te samen in vrede en Zeppa was voldaan. En van
toen af hadden zij elk twee vrouwen, zonder dat zij er ooit twist of
oneenigheid over hadden.