Lodovico bekent aan madonna Beatrice de liefde, die hij haar
toedraagt. Zij zendt haar man Egano in den tuin in haar plaats en
slaapt met Lodovico. Nadat hij is opgestaan, gaat hij heen en
ranselt Egano in den tuin af.
De schranderheid van madonna Isabella werd door ieder voor wonderbaar
gehouden. Doch Filomena, aan wie de koning bevolen had te volgen,
sprak: Verliefde donna’s. Indien ik mij niet bedrieg, geloof ik U een
niet minder mooi verhaal te kunnen doen.
In Parijs leefde een florentijnsch edelman, die uit armoede koopman was
geworden en in den handel zóó geslaagd was, dat hij zeer rijk werd. Van
zijn donna had hij een eenigen zoon, die Lodovico heette. En omdat hij
op den adel van zijn voorouders en niet op den handel gesteld was, zond
hij hem gelijk andere edellieden naar den koning van Frankrijk, waar
hij fraaie en goede manieren leerde. Terwijl hij daar verblijf hield,
mengden zich verscheidene ridders, die van het Heilige Graf kwamen, met
jongelieden in een gesprek, waaronder Lodovico zich bevond. Toen een
van hen hoorde spreken van de mooie vrouwen van Frankrijk en Engeland
en uit andere deelen der wereld, begon die te zeggen, dat hij zeker
over het heele wereldrond en onder alle vrouwen er nooit een had gezien
zoo schoon als de vrouw van Egano de’ Galluzi [144] van Bologna,
madonna Beatrice. Hiermede waren al zijn metgezellen, die haar met hen
samen in Bologna aanschouwd hadden, het eens. Toen Lodovico dit hoorde,
die nog nooit verliefd geweest was, ontbrandde hij in zulk een
verlangen haar te zien, dat hij zijn gedachten bij niets anders kon
houden en besloot naar Bologna te gaan en er te blijven, indien zij hem
zou behagen. Hij deed zijn vader gelooven, alsof hij naar het Heilige
Graf ging, wat hij met grooten weerzin gedaan kreeg. Hij nam den naam
Anichino aan, kwam te Bologna en daar de fortuin het wilde, zag hij
haar den volgenden dag op een feest en ze scheen hem nog schooner dan
hij zich had voorgesteld. Daarom zeer vurig op haar verliefd, besloot
hij niet uit Bologna te vertrekken, voor hij haar liefde verworven had.
Hij overlegde, dat, zoo hij knecht van haar echtgenoot kon worden, die
verscheidene bedienden had, hij misschien kon gedaan krijgen, wat hij
verlangde. Hij verkocht zijn paarden, regelde alles met zijn
onderhoorigen, beval hun te doen of zij hem niet kenden, en na met zijn
waard te hebben afgerekend zeide hij, dat hij gaarne in dienst van een
welgesteld heer wilde treden. De waard sprak tot hem: Gij zijt de
rechte bediende voor een edelman uit dit gebied, die Egano heet en die
wil, dat al zijn bedienden er uitzien als gij; ik zal hem er over
spreken. Voor de waard Egano verliet, had hij Anichino doen aannemen,
die zijn best deed hem aangenaam te zijn.
Zoo had hij dikwijls gelegenheid zijn donna te zien en hij diende zijn
heer zoo goed en naar wensch, dat deze zoo aan hem hechtte, dat hij
niet meer buiten hem kon en over al zijn goederen gaf hij hem de
leiding. Eens gebeurde het, dat Egano op de vogelvangst was en Anichino
was thuis gebleven. Madonna Beatrice, die zijn liefde nog niet had
opgemerkt, maar op zijn manieren meermalen lette, had hem zeer geprezen
en het behaagde haar met hem schaak te spelen. Anichino, die haar
verlangde te behagen, nam dit gaarne aan, waarmee de donna zeer blijde
was. Toen al de vrouwen na het toezien waren heengegaan en hen alleen
lieten spelen, slaakte Anichino een diepen zucht. De donna keek hem aan
en zeide: Wat hebt gij, Anichino? Bedroeft het U zoo, dat ik U overwin?
Mevrouw, antwoordde Anichino, iets veel belangrijkers was de oorzaak
van mijn zucht. Toen sprak de donna: Zeg het mij bij de genegenheid,
die gij voor mij gevoelt. Anichino voelde zich betooverd bij dit: door
de genegenheid, die gij voor mij gevoelt door haar, die hij boven alles
lief had, zoodat hij een nog grooter zucht uitstiet dan de eerste,
waardoor de donna hem opnieuw vroeg of hij haar wilde zeggen, wat de
oorzaak van zijn zucht was. Hierop sprak Anichino: Madonna, ik vrees
zeer, dat het U boos zou maken, indien ik U dat vertel, en dan ben ik
ook bang, dat gij het zoudt over vertellen. De donna hernam: Het zal
voor mij zeker niet onaangenaam zijn en reken er op, dat ik er nooit
aan anderen over zal spreken. Met tranen in zijn oogen zeide Anichino
haar, wie hij was, wat hij van haar gehoord had, hoe hij op haar
verliefd werd en waarom hij knecht was geworden en daarna smeekte hij
haar nederig medelijden met hem te hebben en hem in dit zoo brandend
verlangen ter wille te zijn en ook dat hij in de gedaante, waarin hij
was, tevreden zou zijn haar te beminnen. O, zonderlinge zachtheid van
het bologneesche bloed! Wat zijt gij altijd te prijzen geweest in zulke
gevallen! Gij waart nooit verlangend naar tranen of zuchten en waart
steeds welwillend voor nederige smeekbeden en verliefde verlangens; als
ik waardige loftuitingen had om U te prijzen, zou men zien, dat mijn
stem er nooit genoeg van had!
De edelvrouw, die Anichino aanzag en alle vertrouwen aan zijn woorden
schonk en zijn liefde, maakte zooveel indruk op haar, dat zij begon te
zuchten en daarna antwoordde: Mijn lieve Anichino, houdt moed; noch
geschenken, noch beloften, noch begeerten van edelman of heer, noch van
wie ook (want, ik werd nog door velen begeerd) konden ooit mijn ziel
bewegen, maar gij hebt mij in even korten tijd, als Uwe woorden geduurd
hebben, de Uwe doen worden. Gij hebt U mijn liefde verworven en daarom
geef ik U die en ik beloof U, dat ik er U mee zal gelukkig maken, en
nog dezen nacht. Te middernacht zult gij op mijn kamer komen. Ik zal de
deur open laten. Gij weet aan welken kant van het bed ik slaap; gij
zult mij wakker maken en ik zal U troosten over uwe langdurige begeerte
en opdat gij dit gelooft, zal ik U een kus als pand geven. Zij wierp
hem den arm om den hals, kuste hem hartstochtelijk en Anichino haar en
met de grootste zaligheid ter wereld wachtte hij de komst van den nacht
af. Egano kwam van de vogelvangst terug en toen hij het avondmaal had
gebruikt, ging hij vermoeid slapen en daarna de donna. Zij liet de
kamerdeur open en op het afgesproken uur kwam Anichino binnen, sloot de
deur achter zich en begaf zich naar den kant, waar de donna lag, legde
de hand op haar borst en vond haar wakker. Toen zij bemerkte, dat
Anichino gekomen was, nam hij haar hand tusschen de zijne en hield die
stevig vast en woelde zoo, dat Egano wakker werd. Zij sprak tot hem: Ik
heb U gisteravond niets willen zeggen, daar gij mij vermoeid scheen,
maar zeg mij, Egano, wien gij voor den besten en eerlijksten bediende
houdt en wien gij het meest genegen zijt van degenen, die gij in huis
hebt. Egano antwoordde: Waarom vraagt gij mij dit? Kent gij hem niet?
Nog nooit had ik er een, dien ik zoo vertrouwde of genegen was als
Anichino; Anichino, die merkte, dat Egano wakker was en die over zich
zelf hoorde spreken, had verscheidene malen zijn hand weggetrokken,
daar hij vreesde, dat de donna hem wilde bedriegen, maar zij hield zoo
stevig vast, dat hij niet loskomen kon. De donna zeide tot Egano: Ik
dacht ook, dat hij U trouwer was dan ieder ander, maar toen gij heden
op de vogelvangst zijt gegaan, bleef hij hier en toen hij de kans
schoon zag, schaamde hij zich niet mij te vragen of ik tot zijn
genoegen wilde toestemmen en om het U gemakkelijk te bewijzen,
antwoordde ik, dat ik er vrede mee had en dat ik na middernacht in
onzen tuin zou gaan en aan den voet van den pijnboom zou wachten. Nu
heb ik voor mij geen zin er heen te gaan, maar als gij de trouw van Uw
knecht wilt kennen, doe dan een vrouwenkleed van mij aan, een sluier om
Uw hoofd en ga daar wachten, of hij zal komen, waarvan ik zeker ben.
Toen Egano dit hoorde, zeide hij: Zeker, wil ik hem gaan zien en hij
trok, zoo goed het in den donker ging, een gewaad van zijn vrouw aan,
deed een sluier om het hoofd, ging in den tuin en begon op Anichino aan
den voet van den pijnboom te wachten. Zoodra hij was opgestaan en de
kamer uit, sloot de donna de deur van binnen. Anichino, die den
grootsten angst van zijn leven had doorstaan en die getrokken had wat
hij kon om zich los te rukken en honderdduizend maal haar en zijn
liefde, die hij haar had toevertrouwd, had vervloekt, merkte, met welk
doel zij dit had gedaan en was nu de gelukkigste man van de wereld.
Hij kleedde zich, gelijk zij wilde, uit en te samen hadden zij genoegen
en vreugde gedurende langen tijd. Toen het de donna scheen, dat
Anichino niet langer moest blijven, deed zij hem opstaan en zich weer
aankleeden en zeide: Mijn lieve vriend, gij moet een flinken stok nemen
en naar den tuin gaan en net doen, of gij mij hebt geroepen om mij op
de proef te stellen en zoo zult gij Egano uitschelden en goed met den
stok ranselen en hieruit zal wonderbaar genoegen en vermaak volgen.
Anichino stond op en ging in den tuin met een grooten wilgenstok en
dicht bij den pijnboom zag Egano hem aankomen, die hem met gemaakte
vreugde wilde ontvangen. Anichino voegde hem toe: Ah, eerlooze vrouw,
ben je dus gekomen en gij hebt geloofd, dat ik mijn heer deze schande
wilde aandoen? Gij zijt hier ééns voor duizend keer gekomen; en den
stok opheffend, begon hij Egano te slaan, die dit bemerkend, vluchtte
zonder een woord te spreken en Anichino zeide daarop: Dat God U een
kwaad jaar geve, slecht wijf, want ik zal het morgen aan Egano zeggen.
Egano, die verscheidene goede klappen beet had, ging, zoo gauw hij kon,
naar zijn kamer terug. De donna vroeg hem of Anichino gekomen was.
Egano zeide: Was hij het maar niet geweest, want in de meening, dat gij
het waart, heeft hij mij met een stok lam geslagen en zoo beleedigd,
als men het een slechte vrouw ooit deed. Zeker verwondert het mij
sterk, dat hij dit zou hebben afgesproken met de bedoeling mij te
schandvlekken, maar omdat hij U zoo verheugd en voorkomend meende te
zien, wilde hij U op de proef stellen. Toen sprak de donna: Geloofd zij
God, dat hij mij alleen met woorden en U met feiten op de proef gesteld
heeft en ik geloof, dat hij zeggen kan, dat ik met meer geduld de
woorden heb verdragen dan gij de slagen en omdat hij U zoo trouw is,
moet gij hem op prijs stellen en eer aandoen. Egano sprak: Zoo is het
en hij was van meening, dat hij de braafste vrouw en de trouwste
dienaar bezat. Nadat over dit feit door hen gelachen was, hadden
Anichino en de donna voldoende gelegenheid, meer dan zij zonder dit
avontuur zouden hebben, te doen, wat hun vermaak en genoegen was en
daarom behaagde het Anichino bij Egano in Bologna te blijven.