ZESDE VERTELLING.

Madonna Isabella, die zich bij haar minnaar Leonetto bevindt,

ontvangt bezoek van messer Lambertuccio. Als haar man thuis komt,

laat zij hem messer Lambertuccio met een mes in de hand tegemoet

gaan en haar man vergezelt daarna Leonetto.

De novelle van Fiammetta beviel allen wonderbaar en elk beweerde, dat

de donna zeer goed had gehandeld en dit goed was voor den dommen

echtgenoot. Daarop beval de koning, dat Pampinea zou volgen. Zij begon

te zeggen: Er zijn er velen, die onnoozel beweren, dat de liefde de

menschen verblindt en dat wie liefheeft, zijn bezinning verliest. Dit

schijnt mij een dwaze meening en blijkt ook uit de verhaalde histories

en ik heb plan het nog meer te bewijzen.

In onze rijke stad leefde een lieve en zeer schoone donna, de vrouw van

een zeer waardig ridder. En gelijk dikwijls gebeurt: verandering van

spijs doet eten en daar haar man niet goed voldeed, werd zij verliefd

op een jonkman Leonetto en hij evenzoo op haar. En daar het altijd goed

gevolg heeft, wat elk der partijen wil, duurde het niet lang of zij

konden hun liefde genoegdoening verschaffen. Nu werd ook op deze donna

een ridder verliefd, messer Lambertuccio, welken zij, omdat hij haar

onaangenaam en vervelend scheen, niet mocht lijden. Hij viel haar met

boodschappen lastig en toen dit ook niets hielp, dreigde hij haar, daar

hij machtig was, te schandvlekken. Daarom besloot zij, die bang was en

hem kende, hem ter wille te zijn. De dame, madonna Isabella, was ’s

zomers naar gewoonte naar een van haar schoone buitengoederen gegaan om

daar te verblijven en daar haar man op een morgen te paard was gestegen

om eenige dagen elders te vertoeven, verzocht zij aan Leonetto bij haar

te komen, die zeer verheugd dadelijk kwam. Messer Lambertuccio, die

wist, dat haar man heen was gegaan, steeg geheel alleen te paard, begaf

zich ook tot haar en klopte aan de deur. De meid van de donna, die

wist, dat zij met Leonetto samen was, ging haar roepen en zeide:

Mevrouw: messer Lambertuccio is beneden. De donna, die dit hoorde, was

de bedroefdste vrouw van de wereld, maar daar zij heel bang voor hem

was, bad zij Leonetto, dat hij geen bezwaar zou maken zich eenigen tijd

achter het bedgordijn te verbergen, tot messer Lambertuccio zou

weggaan. Leonetto, die niet minder bang voor hem was dan de donna,

verborg zich; en zij beval aan de meid, dat zij messer Lambertuccio zou

openen. Deze steeg van een zijner sierpaarden; na het aan een haak

vastgebonden te hebben, ging hij naar boven. De donna, die een

vriendelijk gezicht zette en boven aan de trap stond, ontving hem met

vriendelijke woorden en vroeg hem, wat hij kwam doen.

De ridder omhelsde haar en sprak: Mijn ziel, ik hoorde, dat Uw man er

niet was, zoodat ik kom om een beetje bij U te blijven. Daarna trad hij

de kamer in, sloot de deur en begon zich met haar te verheugen. Geheel

buiten verwachting van de donna kwam de echtgenoot terug; toen de meid

dezen dicht bij het verblijf zag, liep zij dadelijk naar de kamer van

de donna en sprak: Madonna, daar is mijnheer; ik geloof, dat hij al in

den hof is. Toen de donna dit hoorde en wist, dat er twee mannen in

huis waren en dat de ridder zich niet kon verborgen houden door het

sierpaard, dat in den hof stond, hield zij zich voor verloren.

Niettemin wierp zij zich dadelijk uit het bed op den grond, nam een

besluit en zeide tot messer Lambertuccio: Messer, indien gij mij goed

gezind zijt en mij den dood wilt doen ontloopen, zult gij doen, wat ik

U zal zeggen. Gij zult Uw mes ontbloot in Uw hand nemen, woest de

trappen afgaan en woedend zeggen: Ik zweer bij God, dat ik hem elders

zal vinden. En als mijn man U wil terug houden of U iets wil vragen,

zegt gij niets anders dan wat ik U gezegd heb en te paard gestegen

blijft gij om geen enkele reden bij hem. Messer Lambertuccio zeide, dat

hij dit gaarne wilde en na het mes te hebben getrokken en met geheel

ontvlamd gelaat door de moeite, die hij zich gaf zoowel als door den

toorn, dien hij voelde over den terugkeer van den ridder, deed hij,

gelijk de donna hem bevolen had.

Haar echtgenoot, die al in den hof was afgestegen en zich over het

sierpaard verwonderde en er op wilde springen, zag messer Lambertuccio

toornig de trap afkomen en verwonderde zich en zeide: Wat is dat,

messere? Messer Lambertuccio, die den voet in den stijgbeugel zette en

er opklom, zeide niets anders dan: Bij het Lichaam van God, ik zal hem

elders vinden en hij ging heen. De edelman, die naar boven ging, vond

zijn donna geheel onthutst en vol angst en hij zeide tot haar: Wat is

dat? Waarom is messer Lambertuccio zoo vertoornd? De donna, die de

kamer naderde, opdat Leonetto het zou hooren, antwoordde: Messire, ik

heb nog nooit zoo’n angst gehad. Zoo pas kwam hier een jonkman binnen,

dien ik niet ken en dien messer Lambertuccio met het mes in de hand

volgde en die toevallig deze kamer open vond en sidderend sprak:

Madonna, help mij bij God, opdat ik niet dood in Uw armen blijf. Ik

stond rechtop en toen ik hem wilde vragen, wie hij was en wat er aan de

hand was, komt mij daar messer Lambertuccio naar boven met de woorden:

Waar ben je, verrader? Ik ging naar de kamerdeur en daar hij binnen

wilde treden, hield ik dien vast; hij was hoffelijk genoeg, daar hij

zag, dat het mij niet aanstond hem te laten binnentreden, na veel

woorden naar beneden te gaan. Toen sprak de echtgenoot: Vrouw, gij hebt

wel gedaan. Het zou een al te groote blaam zijn geweest, als hier

iemand gevonden was en messer Lambertuccio deed een zeer onpassende

daad door iemand te volgen, die daar binnen zou gevlucht zijn. Daarna

vroeg hij, waar die jonkman was. De donna antwoordde: Messer, ik weet

niet, waar hij zich verborgen heeft. De ridder hernam: Waar zijt gij?

Kom zonder vrees voor den dag. Leonetto, die alles had gehoord, kwam

heel angstig, alsof hij bevreesd was, uit den hoek. De ridder sprak

toen: Wat hebt gij met messer Lambertuccio te maken? De jonkman

antwoordde: Messer, niets ter wereld en daarom geloof ik bepaald, dat

hij niet goed wijs is of mij voor den verkeerden houdt, omdat hij,

zoodra hij mij dicht bij dit huis op straat zag, de hand aan het mes

sloeg en zeide: Verrader, gij zijt des doods. Ik vluchtte en kwam hier,

dank zij God en deze edelvrouw. Toen sprak de ridder: Nu, heb maar geen

vrees meer; ik zal U thuis brengen en gij zult nagaan, wat gij met hem

hebt uit te staan. En toen zij geavondmaald hadden, liet hij hem te

paard stijgen en leidde hem naar Florence. Naar de voorlichting der

donna sprak Leonetto dien avond met messer Lambertuccio en regelde

alles zóó met hem, dat, hoeveel er ook later over gesproken zou worden,

de edelman daardoor nooit te weten zou komen, welke poets men hem met

zijn vrouw had gebakken.

De Decamerone van Boccaccio · 第 75 / 116 题