Madonna Isabella, die zich bij haar minnaar Leonetto bevindt,
ontvangt bezoek van messer Lambertuccio. Als haar man thuis komt,
laat zij hem messer Lambertuccio met een mes in de hand tegemoet
gaan en haar man vergezelt daarna Leonetto.
De novelle van Fiammetta beviel allen wonderbaar en elk beweerde, dat
de donna zeer goed had gehandeld en dit goed was voor den dommen
echtgenoot. Daarop beval de koning, dat Pampinea zou volgen. Zij begon
te zeggen: Er zijn er velen, die onnoozel beweren, dat de liefde de
menschen verblindt en dat wie liefheeft, zijn bezinning verliest. Dit
schijnt mij een dwaze meening en blijkt ook uit de verhaalde histories
en ik heb plan het nog meer te bewijzen.
In onze rijke stad leefde een lieve en zeer schoone donna, de vrouw van
een zeer waardig ridder. En gelijk dikwijls gebeurt: verandering van
spijs doet eten en daar haar man niet goed voldeed, werd zij verliefd
op een jonkman Leonetto en hij evenzoo op haar. En daar het altijd goed
gevolg heeft, wat elk der partijen wil, duurde het niet lang of zij
konden hun liefde genoegdoening verschaffen. Nu werd ook op deze donna
een ridder verliefd, messer Lambertuccio, welken zij, omdat hij haar
onaangenaam en vervelend scheen, niet mocht lijden. Hij viel haar met
boodschappen lastig en toen dit ook niets hielp, dreigde hij haar, daar
hij machtig was, te schandvlekken. Daarom besloot zij, die bang was en
hem kende, hem ter wille te zijn. De dame, madonna Isabella, was ’s
zomers naar gewoonte naar een van haar schoone buitengoederen gegaan om
daar te verblijven en daar haar man op een morgen te paard was gestegen
om eenige dagen elders te vertoeven, verzocht zij aan Leonetto bij haar
te komen, die zeer verheugd dadelijk kwam. Messer Lambertuccio, die
wist, dat haar man heen was gegaan, steeg geheel alleen te paard, begaf
zich ook tot haar en klopte aan de deur. De meid van de donna, die
wist, dat zij met Leonetto samen was, ging haar roepen en zeide:
Mevrouw: messer Lambertuccio is beneden. De donna, die dit hoorde, was
de bedroefdste vrouw van de wereld, maar daar zij heel bang voor hem
was, bad zij Leonetto, dat hij geen bezwaar zou maken zich eenigen tijd
achter het bedgordijn te verbergen, tot messer Lambertuccio zou
weggaan. Leonetto, die niet minder bang voor hem was dan de donna,
verborg zich; en zij beval aan de meid, dat zij messer Lambertuccio zou
openen. Deze steeg van een zijner sierpaarden; na het aan een haak
vastgebonden te hebben, ging hij naar boven. De donna, die een
vriendelijk gezicht zette en boven aan de trap stond, ontving hem met
vriendelijke woorden en vroeg hem, wat hij kwam doen.
De ridder omhelsde haar en sprak: Mijn ziel, ik hoorde, dat Uw man er
niet was, zoodat ik kom om een beetje bij U te blijven. Daarna trad hij
de kamer in, sloot de deur en begon zich met haar te verheugen. Geheel
buiten verwachting van de donna kwam de echtgenoot terug; toen de meid
dezen dicht bij het verblijf zag, liep zij dadelijk naar de kamer van
de donna en sprak: Madonna, daar is mijnheer; ik geloof, dat hij al in
den hof is. Toen de donna dit hoorde en wist, dat er twee mannen in
huis waren en dat de ridder zich niet kon verborgen houden door het
sierpaard, dat in den hof stond, hield zij zich voor verloren.
Niettemin wierp zij zich dadelijk uit het bed op den grond, nam een
besluit en zeide tot messer Lambertuccio: Messer, indien gij mij goed
gezind zijt en mij den dood wilt doen ontloopen, zult gij doen, wat ik
U zal zeggen. Gij zult Uw mes ontbloot in Uw hand nemen, woest de
trappen afgaan en woedend zeggen: Ik zweer bij God, dat ik hem elders
zal vinden. En als mijn man U wil terug houden of U iets wil vragen,
zegt gij niets anders dan wat ik U gezegd heb en te paard gestegen
blijft gij om geen enkele reden bij hem. Messer Lambertuccio zeide, dat
hij dit gaarne wilde en na het mes te hebben getrokken en met geheel
ontvlamd gelaat door de moeite, die hij zich gaf zoowel als door den
toorn, dien hij voelde over den terugkeer van den ridder, deed hij,
gelijk de donna hem bevolen had.
Haar echtgenoot, die al in den hof was afgestegen en zich over het
sierpaard verwonderde en er op wilde springen, zag messer Lambertuccio
toornig de trap afkomen en verwonderde zich en zeide: Wat is dat,
messere? Messer Lambertuccio, die den voet in den stijgbeugel zette en
er opklom, zeide niets anders dan: Bij het Lichaam van God, ik zal hem
elders vinden en hij ging heen. De edelman, die naar boven ging, vond
zijn donna geheel onthutst en vol angst en hij zeide tot haar: Wat is
dat? Waarom is messer Lambertuccio zoo vertoornd? De donna, die de
kamer naderde, opdat Leonetto het zou hooren, antwoordde: Messire, ik
heb nog nooit zoo’n angst gehad. Zoo pas kwam hier een jonkman binnen,
dien ik niet ken en dien messer Lambertuccio met het mes in de hand
volgde en die toevallig deze kamer open vond en sidderend sprak:
Madonna, help mij bij God, opdat ik niet dood in Uw armen blijf. Ik
stond rechtop en toen ik hem wilde vragen, wie hij was en wat er aan de
hand was, komt mij daar messer Lambertuccio naar boven met de woorden:
Waar ben je, verrader? Ik ging naar de kamerdeur en daar hij binnen
wilde treden, hield ik dien vast; hij was hoffelijk genoeg, daar hij
zag, dat het mij niet aanstond hem te laten binnentreden, na veel
woorden naar beneden te gaan. Toen sprak de echtgenoot: Vrouw, gij hebt
wel gedaan. Het zou een al te groote blaam zijn geweest, als hier
iemand gevonden was en messer Lambertuccio deed een zeer onpassende
daad door iemand te volgen, die daar binnen zou gevlucht zijn. Daarna
vroeg hij, waar die jonkman was. De donna antwoordde: Messer, ik weet
niet, waar hij zich verborgen heeft. De ridder hernam: Waar zijt gij?
Kom zonder vrees voor den dag. Leonetto, die alles had gehoord, kwam
heel angstig, alsof hij bevreesd was, uit den hoek. De ridder sprak
toen: Wat hebt gij met messer Lambertuccio te maken? De jonkman
antwoordde: Messer, niets ter wereld en daarom geloof ik bepaald, dat
hij niet goed wijs is of mij voor den verkeerden houdt, omdat hij,
zoodra hij mij dicht bij dit huis op straat zag, de hand aan het mes
sloeg en zeide: Verrader, gij zijt des doods. Ik vluchtte en kwam hier,
dank zij God en deze edelvrouw. Toen sprak de ridder: Nu, heb maar geen
vrees meer; ik zal U thuis brengen en gij zult nagaan, wat gij met hem
hebt uit te staan. En toen zij geavondmaald hadden, liet hij hem te
paard stijgen en leidde hem naar Florence. Naar de voorlichting der
donna sprak Leonetto dien avond met messer Lambertuccio en regelde
alles zóó met hem, dat, hoeveel er ook later over gesproken zou worden,
de edelman daardoor nooit te weten zou komen, welke poets men hem met
zijn vrouw had gebakken.